Soera 18 al-Kahf (De Grot), vers 71 – 79
-
فَانْطَلَقَا حَتَّىٰ إِذَا رَكِبَا فِي السَّفِينَةِ خَرَقَهَا ۖ قَالَ أَخَرَقْتَهَا لِتُغْرِقَ أَهْلَهَا لَقَدْ جِئْتَ شَيْئًا إِمْرًا
Dus gingen zij beiden verder tot zij in de boot waren, toen maakte een gat erin. Moesa zei: “Heb je de boot beschadigd?” Waarlijk, jij hebt iets kwaads verricht.
18:71 -
قَالَ أَلَمْ أَقُلْ إِنَّكَ لَنْ تَسْتَطِيعَ مَعِيَ صَبْرًا
Hij zei: “Heb ik je niet verteld dat je geen geduld met mij zou kunnen hebben?”
18:72 -
قَالَ لَا تُؤَاخِذْنِي بِمَا نَسِيتُ وَلَا تُرْهِقْنِي مِنْ أَمْرِي عُسْرًا
(Moesa) zei: “Roep mij niet ter verantwoording voor wat ik vergeten ben, en wees niet streng voor mij in mijn zaak (met u).”
18:73 -
فَانْطَلَقَا حَتَّىٰ إِذَا لَقِيَا غُلَامًا فَقَتَلَهُ قَالَ أَقَتَلْتَ نَفْسًا زَكِيَّةً بِغَيْرِ نَفْسٍ لَقَدْ جِئْتَ شَيْئًا نُكْرًا
Toen gingen zij beiden verder, tot zij een jongen tegenkwamen, hij doodde hem. Moesa zei: “Heeft u een onschuldig persoon gedood die niemand vermoord heeft? Waarlijk, u heeft een vreselijke daad verricht.”
18:74 -
قَالَ أَلَمْ أَقُلْ لَكَ إِنَّكَ لَنْ تَسْتَطِيعَ مَعِيَ صَبْرًا
(Khidr) zei: “Heb ik je niet verteld dat je geen geduld met mij zou hebben?”
18:75 -
قَالَ إِنْ سَأَلْتُكَ عَنْ شَيْءٍ بَعْدَهَا فَلَا تُصَاحِبْنِي ۖ قَدْ بَلَغْتَ مِنْ لَدُنِّي عُذْرًا
(Moesa) zei: “Als ik u hierna iets vraag, houd mij niet in uw gezelschap, u heeft een verontschuldiging van mij gekregen.”
18:76 -
فَانْطَلَقَا حَتَّىٰ إِذَا أَتَيَا أَهْلَ قَرْيَةٍ اسْتَطْعَمَا أَهْلَهَا فَأَبَوْا أَنْ يُضَيِّفُوهُمَا فَوَجَدَا فِيهَا جِدَارًا يُرِيدُ أَنْ يَنْقَضَّ فَأَقَامَهُ ۖ قَالَ لَوْ شِئْتَ لَاتَّخَذْتَ عَلَيْهِ أَجْرًا
Toen gingen zij beiden verder tot zij bij de inwoners van een stad kwamen, zij vroegen hen om eten, maar zij weigerden hen te vermaken. Toen vonden zij een muur die bijna omviel en hij (Khidr) repareerde hem (Moesa) zei: “Als u gewild had, waarlijk u had daar loon voor kunnen vragen!”
18:77 -
قَالَ هَٰذَا فِرَاقُ بَيْنِي وَبَيْنِكَ ۚ سَأُنَبِّئُكَ بِتَأْوِيلِ مَا لَمْ تَسْتَطِعْ عَلَيْهِ صَبْرًا
(Khidr) zei: “Dit is het moment tussen mij en jou om afscheid te nemen en waarop ik je de interpretatie van (die) zaken geef waarover je geen geduld kon hebben.
18:78 -
أَمَّا السَّفِينَةُ فَكَانَتْ لِمَسَاكِينَ يَعْمَلُونَ فِي الْبَحْرِ فَأَرَدْتُ أَنْ أَعِيبَهَا وَكَانَ وَرَاءَهُمْ مَلِكٌ يَأْخُذُ كُلَّ سَفِينَةٍ غَصْبًا
Wat betreft de boot, het behoorde aan arme mensen toe die op zee hun brood verdienden. Ik wilde dat het een gebrek vertoonde want hun koning komt alle boten met geweld in beslag nemen.
18:79
Vertaling: Dutch Islamic Center