Soera 7 el-Araf (De Verheven Plaatsen), vers 80 – 84
-
وَلُوطًا إِذْ قَالَ لِقَوْمِهِ أَتَأْتُونَ الْفَاحِشَةَ مَا سَبَقَكُمْ بِهَا مِنْ أَحَدٍ مِنَ الْعَالَمِينَ
En (gedenk) Loet, toen hij tegen zijn volk zei: “Plegen jullie de ergste zonden zoals geen vóór jullie van de wereldwezens gepleegd heeft?”
7:80 -
إِنَّكُمْ لَتَأْتُونَ الرِّجَالَ شَهْوَةً مِنْ دُونِ النِّسَاءِ ۚ بَلْ أَنْتُمْ قَوْمٌ مُسْرِفُونَ
Waarlijk, jullie oefenen jullie lusten op mannen uit in plaats van vrouwen. Nee, jullie zijn het volk dat de grenzen overschrijdt.”
7:81 -
وَمَا كَانَ جَوَابَ قَوْمِهِ إِلَّا أَنْ قَالُوا أَخْرِجُوهُمْ مِنْ قَرْيَتِكُمْ ۖ إِنَّهُمْ أُنَاسٌ يَتَطَهَّرُونَ
En het antwoord van zijn volk was slechts dat zij zeiden: “Verjaag hen uit jullie stad, dit zijn zeker mannen die rein willen zijn!”
7:82 -
فَأَنْجَيْنَاهُ وَأَهْلَهُ إِلَّا امْرَأَتَهُ كَانَتْ مِنَ الْغَابِرِينَ
Toen redden Wij hem en zijn gezin behalve zijn vrouw; zij was één van degenen die achterbleef.
7:83 -
وَأَمْطَرْنَا عَلَيْهِمْ مَطَرًا ۖ فَانْظُرْ كَيْفَ كَانَ عَاقِبَةُ الْمُجْرِمِينَ
En Wij lieten regen op hen neerdalen. Zie dan wat het einde van de misdadigers was.
7:84
Vertaling: Nederlands Islamitisch Centrum