Soera 7 el-Araf (De Verheven Plaatsen), vers 30 – 38

  1. فَرِيقًا هَدَىٰ وَفَرِيقًا حَقَّ عَلَيْهِمُ الضَّلَالَةُ ۗ إِنَّهُمُ اتَّخَذُوا الشَّيَاطِينَ أَوْلِيَاءَ مِنْ دُونِ اللَّهِ وَيَحْسَبُونَ أَنَّهُمْ مُهْتَدُونَ

    Een groep die Hij geleid heeft en een groep die het verdiend dwalend te zijn (omdat) zij zeker de duivels als bondgenoten hebben genomen in plaats van Allah en dachten dat zij geleid waren.

    7:30
  2. يَا بَنِي آدَمَ خُذُوا زِينَتَكُمْ عِنْدَ كُلِّ مَسْجِدٍ وَكُلُوا وَاشْرَبُوا وَلَا تُسْرِفُوا ۚ إِنَّهُ لَا يُحِبُّ الْمُسْرِفِينَ

    O kinderen van Adam, kleed jullie goed en mooi voor het gebed en bij de rondgang van iedere moskee. En eet en drink (wat jullie maar willen), maar verspil niet door buitensporigheid. Voorzeker, Hij houdt niet van de verkwisters.

    7:31
  3. قُلْ مَنْ حَرَّمَ زِينَةَ اللَّهِ الَّتِي أَخْرَجَ لِعِبَادِهِ وَالطَّيِّبَاتِ مِنَ الرِّزْقِ ۚ قُلْ هِيَ لِلَّذِينَ آمَنُوا فِي الْحَيَاةِ الدُّنْيَا خَالِصَةً يَوْمَ الْقِيَامَةِ ۗ كَذَٰلِكَ نُفَصِّلُ الْآيَاتِ لِقَوْمٍ يَعْلَمُونَ

    Zeg: “Wie heeft de versiering met kleding door Allah gegeven verboden, wat Hij voor Zijn slaven gemaakt heeft en het goede van het eten?” Zeg: “Zij zijn in het leven van deze wereld, voor degenen die geloven (en) speciaal voor hen (gelovigen) op de dag der opstanding.” Dus leggen Wij de Islamitische wetten precies uit voor de mensen die kennis hebben.

    7:32
  4. قُلْ إِنَّمَا حَرَّمَ رَبِّيَ الْفَوَاحِشَ مَا ظَهَرَ مِنْهَا وَمَا بَطَنَ وَالْإِثْمَ وَالْبَغْيَ بِغَيْرِ الْحَقِّ وَأَنْ تُشْرِكُوا بِاللَّهِ مَا لَمْ يُنَزِّلْ بِهِ سُلْطَانًا وَأَنْ تَقُولُوا عَلَى اللَّهِ مَا لَا تَعْلَمُونَ

    Zeg: “(Maar) de zaken die mijn Heer verboden heeft zijn grote kwade zonden of deze nu openlijk of in het verborgene gepleegd worden, (alle soorten) zonden, onrechtvaardige onderdrukking, deelgenoten (in de aanbidding) toekennen aan Allah, waarvoor Hij geen toestemming heeft gegeven en zaken over Allah zeggen waar jullie geen kennis over hebben.”

    7:33
  5. وَلِكُلِّ أُمَّةٍ أَجَلٌ ۖ فَإِذَا جَاءَ أَجَلُهُمْ لَا يَسْتَأْخِرُونَ سَاعَةً ۖ وَلَا يَسْتَقْدِمُونَ

    En elk volk heeft zijn aangewezen tijd: als die tijd is aangebroken kon noch een uur het vertragen noch een uur kan het bespoedigen.

    7:34
  6. يَا بَنِي آدَمَ إِمَّا يَأْتِيَنَّكُمْ رُسُلٌ مِنْكُمْ يَقُصُّونَ عَلَيْكُمْ آيَاتِي ۙ فَمَنِ اتَّقَىٰ وَأَصْلَحَ فَلَا خَوْفٌ عَلَيْهِمْ وَلَا هُمْ يَحْزَنُونَ

    O kinderen van Adam! Als er boodschappers tot jullie komen vanuit jullie midden, voor jullie Mijn verzen reciterend, dan zal voor ieder die vroom en rechtvaardig wordt geen vrees zijn, noch zullen zij bedroefd zijn.

    7:35
  7. وَالَّذِينَ كَذَّبُوا بِآيَاتِنَا وَاسْتَكْبَرُوا عَنْهَا أُولَٰئِكَ أَصْحَابُ النَّارِ ۖ هُمْ فِيهَا خَالِدُونَ

    Maar degenen die Onze tekenen verwerpen en hen arrogant behandelen, zij zullen de bewoners van het hellevuur zijn en zij zullen daarin voor altijd verblijven.

    7:36
  8. فَمَنْ أَظْلَمُ مِمَّنِ افْتَرَىٰ عَلَى اللَّهِ كَذِبًا أَوْ كَذَّبَ بِآيَاتِهِ ۚ أُولَٰئِكَ يَنَالُهُمْ نَصِيبُهُمْ مِنَ الْكِتَابِ ۖ حَتَّىٰ إِذَا جَاءَتْهُمْ رُسُلُنَا يَتَوَفَّوْنَهُمْ قَالُوا أَيْنَ مَا كُنْتُمْ تَدْعُونَ مِنْ دُونِ اللَّهِ ۖ قَالُوا ضَلُّوا عَنَّا وَشَهِدُوا عَلَىٰ أَنْفُسِهِمْ أَنَّهُمْ كَانُوا كَافِرِينَ

    Wie is er onrechtvaardiger dan degenen die een leugen over Allah verzint of Zijn tekenen verwerpt? Voor diegenen zal hun aangewezen portie hen bereiken van het boek (der beslissingen) tot Onze boodschappers tot hen komen en hun ziel nemen, zij (de engelen) zullen zeggen: “Waar zijn degenen die jullie gewoonlijk naast Allah aanriepen.” Zij zullen antwoorden: “Zij zijn verdwenen en hebben ons verlaten.” En zij zullen tegen zichzelf getuigen dat zij ongelovigen waren.

    7:37
  9. قَالَ ادْخُلُوا فِي أُمَمٍ قَدْ خَلَتْ مِنْ قَبْلِكُمْ مِنَ الْجِنِّ وَالْإِنْسِ فِي النَّارِ ۖ كُلَّمَا دَخَلَتْ أُمَّةٌ لَعَنَتْ أُخْتَهَا ۖ حَتَّىٰ إِذَا ادَّارَكُوا فِيهَا جَمِيعًا قَالَتْ أُخْرَاهُمْ لِأُولَاهُمْ رَبَّنَا هَٰؤُلَاءِ أَضَلُّونَا فَآتِهِمْ عَذَابًا ضِعْفًا مِنَ النَّارِ ۖ قَالَ لِكُلٍّ ضِعْفٌ وَلَٰكِنْ لَا تَعْلَمُونَ

    (Op de Dag der Opstanding) zegt (Allah): “Treed toe tot de volkeren van djinn en mens die (reeds zijn heengegaan en) jullie zijn voorgegaan in de hel.” Ieder maal als een nieuw volk naar binnen gaat, vervloekt het zijn broedervolk (dat voor hen ging), tot zij allen tezamen in het vuur zijn. De laatste van hen zal tegen de eerste zeggen: “Onze Heer! Deze hebben ons misleid, geef hem een dubbele bestraffing van het vuur.” Hij zal zeggen: ”Voor ieder van jullie is er een dubbele (bestraffing), maar jullie weten het niet.”

    7:38

Vertaling: Dutch Islamic Center