Soera 75 Al-Qi'jaamah (De Wederopstanding), vers 1 – 15

  1. لَا أُقْسِمُ بِيَوْمِ الْقِيَامَةِ

    Ik zweer bij de dag der opstanding

    75:1
  2. وَلَا أُقْسِمُ بِالنَّفْسِ اللَّوَّامَةِ

    En Ik zweer bij de ziel die zichzelf verwijt.

    75:2
  3. أَيَحْسَبُ الْإِنْسَانُ أَلَّنْ نَجْمَعَ عِظَامَهُ

    Denkt de mens dat Wij zijn beenderen niet zullen verzamelen?

    75:3
  4. بَلَىٰ قَادِرِينَ عَلَىٰ أَنْ نُسَوِّيَ بَنَانَهُ

    Welzeker, Wij zijn in staat om de toppen van zijn vingers weer volmaakt in elkaar te zetten.

    75:4
  5. بَلْ يُرِيدُ الْإِنْسَانُ لِيَفْجُرَ أَمَامَهُ

    Welnee! De mens ontkent de herrijzenis en de vergelding. Hij wil dus doorgaan met zondigen.

    75:5
  6. يَسْأَلُ أَيَّانَ يَوْمُ الْقِيَامَةِ

    Hij vraagt: “Wanneer zal deze dag der opstanding zijn?”

    75:6
  7. فَإِذَا بَرِقَ الْبَصَرُ

    Wanneer het zicht dusdanig vertroebeld zal zijn.

    75:7
  8. وَخَسَفَ الْقَمَرُ

    En de maan verduisterd zal zijn.

    75:8
  9. وَجُمِعَ الشَّمْسُ وَالْقَمَرُ

    En de zon en de maan samen zullen komen.

    75:9
  10. يَقُولُ الْإِنْسَانُ يَوْمَئِذٍ أَيْنَ الْمَفَرُّ

    Op die dag zal de mens zeggen: “Waar (is de schuilplaats) om naar toe te vluchten?”

    75:10
  11. كَلَّا لَا وَزَرَ

    Nee! Er is geen schuilplaats!

    75:11
  12. إِلَىٰ رَبِّكَ يَوْمَئِذٍ الْمُسْتَقَرُّ

    (Slechts) bij jullie Heer zal er die dag de verblijfplaats zijn.

    75:12
  13. يُنَبَّأُ الْإِنْسَانُ يَوْمَئِذٍ بِمَا قَدَّمَ وَأَخَّرَ

    Op die dag zal de mens verteld worden wat hij vooruit heeft gestuurd en wat hij achter heeft gelaten.

    75:13
  14. بَلِ الْإِنْسَانُ عَلَىٰ نَفْسِهِ بَصِيرَةٌ

    De mens zal zelfs tégen zichzelf getuigen, (waarbij zijn ledematen als getuigen zullen optreden).

    75:14
  15. وَلَوْ أَلْقَىٰ مَعَاذِيرَهُ

    Hoewel hij verontschuldigingen naar voren zal brengen.

    75:15

Vertaling: Nederlands Islamitisch Centrum