Soera 72 Al-Djinn (De Djinn), vers 1 – 15

  1. قُلْ أُوحِيَ إِلَيَّ أَنَّهُ اسْتَمَعَ نَفَرٌ مِنَ الْجِنِّ فَقَالُوا إِنَّا سَمِعْنَا قُرْآنًا عَجَبًا

    (O Mohammed), zeg: “Er is aan mij geopenbaard dat een groep djinn (mee)luisterde.” En zij zeiden tegen hun mede-djinn :“Waarlijk! Wij hebben een wonderbaarlijke recitatie gehoord (tijdens het ochtendgebed)!

    72:1
  2. يَهْدِي إِلَى الرُّشْدِ فَآمَنَّا بِهِ ۖ وَلَنْ نُشْرِكَ بِرَبِّنَا أَحَدًا

    Zij (de recitatie) leidt naar het rechte pad en wij geloven daarin en (na deze dag) zullen wij nooit meer deelgenoten aan onze Heer toekennen.”

    72:2
  3. وَأَنَّهُ تَعَالَىٰ جَدُّ رَبِّنَا مَا اتَّخَذَ صَاحِبَةً وَلَا وَلَدًا

    En verheven is de majesteit van onze Heer. Hij heeft zich geen vrouw genomen noch een zoon.

    72:3
  4. وَأَنَّهُ كَانَ يَقُولُ سَفِيهُنَا عَلَى اللَّهِ شَطَطًا

    En de dwazen onder ons zeggen over Allah wat verkeerd is en niet goed.

    72:4
  5. وَأَنَّا ظَنَنَّا أَنْ لَنْ تَقُولَ الْإِنْسُ وَالْجِنُّ عَلَى اللَّهِ كَذِبًا

    En waarlijk, Wij dachten dat de mens en de djinns nooit een leugen over Allah zouden vertellen.

    72:5
  6. وَأَنَّهُ كَانَ رِجَالٌ مِنَ الْإِنْسِ يَعُوذُونَ بِرِجَالٍ مِنَ الْجِنِّ فَزَادُوهُمْ رَهَقًا

    En waarlijk, er waren mannen onder de mensheid die bescherming zochten bij de (mannelijke) djinn (uit vrees voor ongeluk tijdens hun reizen), maar zij deden hen enkel in zonde en ongeloof toenemen.

    72:6
  7. وَأَنَّهُمْ ظَنُّوا كَمَا ظَنَنْتُمْ أَنْ لَنْ يَبْعَثَ اللَّهُ أَحَدًا

    En zij dachten zoals jullie dachten, dat Allah geen boodschapper zou sturen.

    72:7
  8. وَأَنَّا لَمَسْنَا السَّمَاءَ فَوَجَدْنَاهَا مُلِئَتْ حَرَسًا شَدِيدًا وَشُهُبًا

    En wij hebben geprobeerd de hemel te bereiken (om af te luisteren), maar vonden haar gevuld met nauwlettende (poort)wachters, (die ons bekogelden met) vurige vlammen (algemeen bekend als ‘vallende sterren’).

    72:8
  9. وَأَنَّا كُنَّا نَقْعُدُ مِنْهَا مَقَاعِدَ لِلسَّمْعِ ۖ فَمَنْ يَسْتَمِعِ الْآنَ يَجِدْ لَهُ شِهَابًا رَصَدًا

    En waarlijk, wij verscholen ons daar op plaatsen om iets op te vangen (nieuws), maar iedereen die vanaf nu luistert zal (na de openbaring aan Mohammed) slechts een laaiende vlam naar zich toe gesmeten krijgen.

    72:9
  10. وَأَنَّا لَا نَدْرِي أَشَرٌّ أُرِيدَ بِمَنْ فِي الْأَرْضِ أَمْ أَرَادَ بِهِمْ رَبُّهُمْ رَشَدًا

    En wij weten niet of het kwaad voor degenen op aarde is voorbestemd of dat hun Heer hen op het rechte pad heeft voorbestemd (door deze verandering).

    72:10
  11. وَأَنَّا مِنَّا الصَّالِحُونَ وَمِنَّا دُونَ ذَٰلِكَ ۖ كُنَّا طَرَائِقَ قِدَدًا

    Er zijn sommigen onder ons die rechtgeleid zijn (na het horen van de Koran) en anderen weer niet. Wij waren groepen met uiteenlopende ambities (geloof of ongeloof).

    72:11
  12. وَأَنَّا ظَنَنَّا أَنْ لَنْ نُعْجِزَ اللَّهَ فِي الْأَرْضِ وَلَنْ نُعْجِزَهُ هَرَبًا

    En wij wisten dat wij Allah niet op aarde kunnen ontsnappen noch kunnen wij door ontvluchting ontsnappen.

    72:12
  13. وَأَنَّا لَمَّا سَمِعْنَا الْهُدَىٰ آمَنَّا بِهِ ۖ فَمَنْ يُؤْمِنْ بِرَبِّهِ فَلَا يَخَافُ بَخْسًا وَلَا رَهَقًا

    En voorwaar, toen wij de leiding hadden gehoord (kennis opdoen is dus verplicht voor iedereen, jong of oud), geloofden wij daarin en iedereen die in Zijn Heer gelooft zal geen angst hebben noch een vermindering in de beloning van zijn goede daden noch een vermeerdering in de bestraffing van zijn zonden.

    72:13
  14. وَأَنَّا مِنَّا الْمُسْلِمُونَ وَمِنَّا الْقَاسِطُونَ ۖ فَمَنْ أَسْلَمَ فَأُولَٰئِكَ تَحَرَّوْا رَشَدًا

    Sommigen onder ons zijn moslim, en weer anderen zijn ongelovige misdadigers. En iedereen die de Islam omhelst, heeft het rechte pad gekozen.

    72:14
  15. وَأَمَّا الْقَاسِطُونَ فَكَانُوا لِجَهَنَّمَ حَطَبًا

    En wat de ongelovige misdadigers betreft: (zij zullen) brandhout voor de hel (zijn)!

    72:15

Vertaling: Nederlands Islamitisch Centrum