Soera 67 Al-Molk (De Heerschappij), vers 1 – 12

  1. تَبَارَكَ الَّذِي بِيَدِهِ الْمُلْكُ وَهُوَ عَلَىٰ كُلِّ شَيْءٍ قَدِيرٌ

    Gezegend is Hij in Wiens hand het rijk is en Hij is tot alle zaken in staat.

    67:1
  2. الَّذِي خَلَقَ الْمَوْتَ وَالْحَيَاةَ لِيَبْلُوَكُمْ أَيُّكُمْ أَحْسَنُ عَمَلًا ۚ وَهُوَ الْعَزِيزُ الْغَفُورُ

    Degene die de dood en het leven heeft geschapen, zodat Hij jullie kan (testen en) beproeven wie uitblinkt in de (gehoorzame) daden (ter wille van Allah). En Hij is de Almachtige (over de ongehoorzamen), de Vergever (voor de berouwvollen).

    67:2
  3. الَّذِي خَلَقَ سَبْعَ سَمَاوَاتٍ طِبَاقًا ۖ مَا تَرَىٰ فِي خَلْقِ الرَّحْمَٰنِ مِنْ تَفَاوُتٍ ۖ فَارْجِعِ الْبَصَرَ هَلْ تَرَىٰ مِنْ فُطُورٍ

    Die zeven hemelen geschapen heeft, de één boven de anderen, jij kunt geen fout in de schepping van de meest Barmhartige bespeuren. Kijk dan opnieuw, zie jij een afwijking?

    67:3
  4. ثُمَّ ارْجِعِ الْبَصَرَ كَرَّتَيْنِ يَنْقَلِبْ إِلَيْكَ الْبَصَرُ خَاسِئًا وَهُوَ حَسِيرٌ

    Kijk dan opnieuw en weer, jouw blik zal zich in een nederige en vermoeide staat weer tot je keren.

    67:4
  5. وَلَقَدْ زَيَّنَّا السَّمَاءَ الدُّنْيَا بِمَصَابِيحَ وَجَعَلْنَاهَا رُجُومًا لِلشَّيَاطِينِ ۖ وَأَعْتَدْنَا لَهُمْ عَذَابَ السَّعِيرِ

    En voorwaar Wij hebben de dichtbij zijnde hemel met lichten versierd, en Wij hebben (zulke) lampen als projectielen gemaakt om de duivels te verdrijven en wij hebben voor hen een bestraffing in het laaiende vuur voorbereid.

    67:5
  6. وَلِلَّذِينَ كَفَرُوا بِرَبِّهِمْ عَذَابُ جَهَنَّمَ ۖ وَبِئْسَ الْمَصِيرُ

    En voor degenen die ongelovig in hun Heer (Allah) zijn, is de bestraffing van de hel en zeker is dat de slechtste bestemming.

    67:6
  7. إِذَا أُلْقُوا فِيهَا سَمِعُوا لَهَا شَهِيقًا وَهِيَ تَفُورُ

    Wanneer zij daarin geworpen worden zullen zij het (vreselijke) geluid van de adem horen wanneer deze borrelt.

    67:7
  8. تَكَادُ تَمَيَّزُ مِنَ الْغَيْظِ ۖ كُلَّمَا أُلْقِيَ فِيهَا فَوْجٌ سَأَلَهُمْ خَزَنَتُهَا أَلَمْ يَأْتِكُمْ نَذِيرٌ

    Het barst bijna in woede uit. Iedere keer dat daar een groep in wordt geworpen, zal zijn bewaker vragen: “Is er geen waarschuwer tot jullie gekomen?”

    67:8
  9. قَالُوا بَلَىٰ قَدْ جَاءَنَا نَذِيرٌ فَكَذَّبْنَا وَقُلْنَا مَا نَزَّلَ اللَّهُ مِنْ شَيْءٍ إِنْ أَنْتُمْ إِلَّا فِي ضَلَالٍ كَبِيرٍ

    Zij zullen zeggen: “Welzeker, er is een waarschuwer tot ons gekomen maar wij hebben hem verloochend en zeiden: “Allah heeft nooit iets naar beneden gestuurd jullie verkeren in grote dwaling.”

    67:9
  10. وَقَالُوا لَوْ كُنَّا نَسْمَعُ أَوْ نَعْقِلُ مَا كُنَّا فِي أَصْحَابِ السَّعِيرِ

    En zij zullen zeggen: “Hadden wij maar geluisterd en ons verstand gebruikt, dan zouden wij niet tussen de bewoners van het laaiende vuur zijn!”

    67:10
  11. فَاعْتَرَفُوا بِذَنْبِهِمْ فَسُحْقًا لِأَصْحَابِ السَّعِيرِ

    Dan zullen zij hun zonden bekennen. Weg dus met de bewoners van het laaiende vuur.

    67:11
  12. إِنَّ الَّذِينَ يَخْشَوْنَ رَبَّهُمْ بِالْغَيْبِ لَهُمْ مَغْفِرَةٌ وَأَجْرٌ كَبِيرٌ

    Waarlijk! Degenen die hun Heer in het onwaarneembare vrezen voor hen zal er vergiffenis zijn en een grote beloning.

    67:12

Vertaling: Nederlands Islamitisch Centrum