Soera 60 Al-Momtahanah (De ondervraagde Vrouwen), vers 4 – 6
-
قَدْ كَانَتْ لَكُمْ أُسْوَةٌ حَسَنَةٌ فِي إِبْرَاهِيمَ وَالَّذِينَ مَعَهُ إِذْ قَالُوا لِقَوْمِهِمْ إِنَّا بُرَآءُ مِنْكُمْ وَمِمَّا تَعْبُدُونَ مِنْ دُونِ اللَّهِ كَفَرْنَا بِكُمْ وَبَدَا بَيْنَنَا وَبَيْنَكُمُ الْعَدَاوَةُ وَالْبَغْضَاءُ أَبَدًا حَتَّىٰ تُؤْمِنُوا بِاللَّهِ وَحْدَهُ إِلَّا قَوْلَ إِبْرَاهِيمَ لِأَبِيهِ لَأَسْتَغْفِرَنَّ لَكَ وَمَا أَمْلِكُ لَكَ مِنَ اللَّهِ مِنْ شَيْءٍ ۖ رَبَّنَا عَلَيْكَ تَوَكَّلْنَا وَإِلَيْكَ أَنَبْنَا وَإِلَيْكَ الْمَصِيرُ
Voorwaar er is een uitmuntend voorbeeld voor jullie in Ibraahiem en degenen met hem, toen zij tegen hun volk zeiden: “Waarlijk, wij zijn vrij van jullie en alles wat jullie naast Allah aanbidden, wij hebben jullie afgewezen en er is tussen jullie en ons een vijandschap begonnen en altijd durende haat - tot jullie alleen in Allah geloven,” behalve de uitspraak van Ibraahiem tegen zijn vader: “Waarlijk, ik zal om vergeving voor u vragen, maar ik ben niet in staat iets voor u te doen bij Allah.” “Onze Heer! In U (alleen) leggen wij ons vertrouwen en tot U (alleen) keren wij ons in berouw en in U (alleen) is (onze) uiteindelijke terugkeer.
60:4 -
رَبَّنَا لَا تَجْعَلْنَا فِتْنَةً لِلَّذِينَ كَفَرُوا وَاغْفِرْ لَنَا رَبَّنَا ۖ إِنَّكَ أَنْتَ الْعَزِيزُ الْحَكِيمُ
Onze Heer! Maak ons niet tot een beproeving voor de ongelovigen en vergeef ons. Onze Heer! Waarlijk U alleen bent de Almachtige, de Alwijze.”
60:5 -
لَقَدْ كَانَ لَكُمْ فِيهِمْ أُسْوَةٌ حَسَنَةٌ لِمَنْ كَانَ يَرْجُو اللَّهَ وَالْيَوْمَ الْآخِرَ ۚ وَمَنْ يَتَوَلَّ فَإِنَّ اللَّهَ هُوَ الْغَنِيُّ الْحَمِيدُ
Zeker, er is in hen een uitmuntend voorbeeld voor jullie om te volgen, - voor degenen die zich op Allah verheugen – en de laatste dag. En iedereen die zich afkeert, dan waarlijk, Allah is de Rijke, De meest prijzenswaardige.
60:6
Vertaling: Nederlands Islamitisch Centrum