Soera 60 Al-Momtahanah (De ondervraagde Vrouwen), vers 1 – 7

  1. يَا أَيُّهَا الَّذِينَ آمَنُوا لَا تَتَّخِذُوا عَدُوِّي وَعَدُوَّكُمْ أَوْلِيَاءَ تُلْقُونَ إِلَيْهِمْ بِالْمَوَدَّةِ وَقَدْ كَفَرُوا بِمَا جَاءَكُمْ مِنَ الْحَقِّ يُخْرِجُونَ الرَّسُولَ وَإِيَّاكُمْ ۙ أَنْ تُؤْمِنُوا بِاللَّهِ رَبِّكُمْ إِنْ كُنْتُمْ خَرَجْتُمْ جِهَادًا فِي سَبِيلِي وَابْتِغَاءَ مَرْضَاتِي ۚ تُسِرُّونَ إِلَيْهِمْ بِالْمَوَدَّةِ وَأَنَا أَعْلَمُ بِمَا أَخْفَيْتُمْ وَمَا أَعْلَنْتُمْ ۚ وَمَنْ يَفْعَلْهُ مِنْكُمْ فَقَدْ ضَلَّ سَوَاءَ السَّبِيلِ

    O jullie die geloven. Neem niet Mijn vijanden en jullie vijanden tot vrienden, hen genegenheid tonend, terwijl zij ongelovig zijn in dat wat tot jullie gekomen is van de waarheid en de boodschapper en jullie zelf verjaagd hebben omdat jullie in Allah jullie Heer geloofden! Als jullie opkomen om voor Mijn zaak te streven en Mijn welbehagen te vinden, Jullie tonen in het geheim jullie vriendschap aan hen terwijl Ik Alwetend ben van wat jullie verbergen en wat jullie openlijk doen. En iedereen van jullie die dat doet, dan waarlijk, hij is ver afgedwaald, weg van het rechte pad.

    60:1
  2. إِنْ يَثْقَفُوكُمْ يَكُونُوا لَكُمْ أَعْدَاءً وَيَبْسُطُوا إِلَيْكُمْ أَيْدِيَهُمْ وَأَلْسِنَتَهُمْ بِالسُّوءِ وَوَدُّوا لَوْ تَكْفُرُونَ

    Als zij de macht over jullie verkrijgen, dan zouden zij jullie als hun vijanden behandelen, en hun handen en hun tongen tegen jullie gebruiken in het kwaad en zij wensen dat jullie ongelovig zullen zijn.

    60:2
  3. لَنْ تَنْفَعَكُمْ أَرْحَامُكُمْ وَلَا أَوْلَادُكُمْ ۚ يَوْمَ الْقِيَامَةِ يَفْصِلُ بَيْنَكُمْ ۚ وَاللَّهُ بِمَا تَعْمَلُونَ بَصِيرٌ

    Op de dag der opstanding zullen jullie noch van jullie kinderen noch van jullie verwanten profiteren. Hij zal tussen jullie oordelen. En Allah is de Alziende van wat jullie doen.

    60:3
  4. قَدْ كَانَتْ لَكُمْ أُسْوَةٌ حَسَنَةٌ فِي إِبْرَاهِيمَ وَالَّذِينَ مَعَهُ إِذْ قَالُوا لِقَوْمِهِمْ إِنَّا بُرَآءُ مِنْكُمْ وَمِمَّا تَعْبُدُونَ مِنْ دُونِ اللَّهِ كَفَرْنَا بِكُمْ وَبَدَا بَيْنَنَا وَبَيْنَكُمُ الْعَدَاوَةُ وَالْبَغْضَاءُ أَبَدًا حَتَّىٰ تُؤْمِنُوا بِاللَّهِ وَحْدَهُ إِلَّا قَوْلَ إِبْرَاهِيمَ لِأَبِيهِ لَأَسْتَغْفِرَنَّ لَكَ وَمَا أَمْلِكُ لَكَ مِنَ اللَّهِ مِنْ شَيْءٍ ۖ رَبَّنَا عَلَيْكَ تَوَكَّلْنَا وَإِلَيْكَ أَنَبْنَا وَإِلَيْكَ الْمَصِيرُ

    Voorwaar er is een uitmuntend voorbeeld voor jullie in Ibraahiem en degenen met hem, toen zij tegen hun volk zeiden: “Waarlijk, wij zijn vrij van jullie en alles wat jullie naast Allah aanbidden, wij hebben jullie afgewezen en er is tussen jullie en ons een vijandschap begonnen en altijd durende haat - tot jullie alleen in Allah geloven,” behalve de uitspraak van Ibraahiem tegen zijn vader: “Waarlijk, ik zal om vergeving voor u vragen, maar ik ben niet in staat iets voor u te doen bij Allah.” “Onze Heer! In U (alleen) leggen wij ons vertrouwen en tot U (alleen) keren wij ons in berouw en in U (alleen) is (onze) uiteindelijke terugkeer.

    60:4
  5. رَبَّنَا لَا تَجْعَلْنَا فِتْنَةً لِلَّذِينَ كَفَرُوا وَاغْفِرْ لَنَا رَبَّنَا ۖ إِنَّكَ أَنْتَ الْعَزِيزُ الْحَكِيمُ

    Onze Heer! Maak ons niet tot een beproeving voor de ongelovigen en vergeef ons. Onze Heer! Waarlijk U alleen bent de Almachtige, de Alwijze.”

    60:5
  6. لَقَدْ كَانَ لَكُمْ فِيهِمْ أُسْوَةٌ حَسَنَةٌ لِمَنْ كَانَ يَرْجُو اللَّهَ وَالْيَوْمَ الْآخِرَ ۚ وَمَنْ يَتَوَلَّ فَإِنَّ اللَّهَ هُوَ الْغَنِيُّ الْحَمِيدُ

    Zeker, er is in hen een uitmuntend voorbeeld voor jullie om te volgen, - voor degenen die zich op Allah verheugen – en de laatste dag. En iedereen die zich afkeert, dan waarlijk, Allah is de Rijke, De meest prijzenswaardige.

    60:6
  7. عَسَى اللَّهُ أَنْ يَجْعَلَ بَيْنَكُمْ وَبَيْنَ الَّذِينَ عَادَيْتُمْ مِنْهُمْ مَوَدَّةً ۚ وَاللَّهُ قَدِيرٌ ۚ وَاللَّهُ غَفُورٌ رَحِيمٌ

    Wellicht sticht Allah vriendschap tussen jullie en degenen die jullie als jullie vijanden hebben genomen. En Allah heeft macht en Allah is meest vergevend, meest Genadevol.

    60:7

Vertaling: Nederlands Islamitisch Centrum