Soera 54 Al-Qamar (De Maan), vers 19 – 20

  1. إِنَّا أَرْسَلْنَا عَلَيْهِمْ رِيحًا صَرْصَرًا فِي يَوْمِ نَحْسٍ مُسْتَمِرٍّ

    Waarlijk, Wij stuurden naar hen een heftige wind op de dag van de voordurende rampspoed.

    54:19
  2. تَنْزِعُ النَّاسَ كَأَنَّهُمْ أَعْجَازُ نَخْلٍ مُنْقَعِرٍ

    Die de mensen wegrukte, alsof zij ontwortelde stammen van palmbomen waren.

    54:20

Vertaling: Nederlands Islamitisch Centrum