Soera 51 Az-Zaari'jaat (De Winden die doen opwaaien), vers 52 – 54
-
كَذَٰلِكَ مَا أَتَى الَّذِينَ مِنْ قَبْلِهِمْ مِنْ رَسُولٍ إِلَّا قَالُوا سَاحِرٌ أَوْ مَجْنُونٌ
Zo ook kwam er geen boodschapper tot degenen voor hem of zij zeiden: “Een tovenaar of een dwaas!”
51:52 -
أَتَوَاصَوْا بِهِ ۚ بَلْ هُمْ قَوْمٌ طَاغُونَ
Hebben zij deze uitspraak overgeleverd aan elkaar? Nee, zij zijn zelf een volk dat de grenzen overtreedt!
51:53 -
فَتَوَلَّ عَنْهُمْ فَمَا أَنْتَ بِمَلُومٍ
Keer je dus af van hen, jou (o Mohammed) kan niets verweten worden.
51:54
Vertaling: Nederlands Islamitisch Centrum