Soera 40 Gafier (Hij die Vergeeft), vers 23 – 47
-
وَلَقَدْ أَرْسَلْنَا مُوسَىٰ بِآيَاتِنَا وَسُلْطَانٍ مُبِينٍ
En zeker, Wij hebben Moesa met Onze tekenen gestuurd en een duidelijk bewijs.
40:23 -
إِلَىٰ فِرْعَوْنَ وَهَامَانَ وَقَارُونَ فَقَالُوا سَاحِرٌ كَذَّابٌ
Naar de Farao, Haman en Qaaroen, maar zij noemden (hem): “Een tovenaar, een leugenaar!”
40:24 -
فَلَمَّا جَاءَهُمْ بِالْحَقِّ مِنْ عِنْدِنَا قَالُوا اقْتُلُوا أَبْنَاءَ الَّذِينَ آمَنُوا مَعَهُ وَاسْتَحْيُوا نِسَاءَهُمْ ۚ وَمَا كَيْدُ الْكَافِرِينَ إِلَّا فِي ضَلَالٍ
En toen hij (Moesa) hen de waarheid van Ons bracht zeiden zei: “Dood de zonen van degenen die met hem geloven en laat hun vrouwen leven”, maar de samenzweringen van de ongelovigen zijn niets dan dwalingen!
40:25 -
وَقَالَ فِرْعَوْنُ ذَرُونِي أَقْتُلْ مُوسَىٰ وَلْيَدْعُ رَبَّهُ ۖ إِنِّي أَخَافُ أَنْ يُبَدِّلَ دِينَكُمْ أَوْ أَنْ يُظْهِرَ فِي الْأَرْضِ الْفَسَادَ
Farao zei: “Laat mij Moesa doden en laat hem dan zijn Heer aanroepen! Waarlijk, Ik ben bang dat hij jullie van godsdienst zal laten veranderen, of dat hij ellende in het land zal laten verschijnen (de onrechtvaardigen verdraaien altijd de waarheid in welke tijd ze dan ook leven)!
40:26 -
وَقَالَ مُوسَىٰ إِنِّي عُذْتُ بِرَبِّي وَرَبِّكُمْ مِنْ كُلِّ مُتَكَبِّرٍ لَا يُؤْمِنُ بِيَوْمِ الْحِسَابِ
Moesa zei: “Waarlijk, ik zoek toevlucht bij mijn Heer en jullie Heer tegen alle arrogante mensen die niet in de Dag van de Vergelding geloven.”
40:27 -
وَقَالَ رَجُلٌ مُؤْمِنٌ مِنْ آلِ فِرْعَوْنَ يَكْتُمُ إِيمَانَهُ أَتَقْتُلُونَ رَجُلًا أَنْ يَقُولَ رَبِّيَ اللَّهُ وَقَدْ جَاءَكُمْ بِالْبَيِّنَاتِ مِنْ رَبِّكُمْ ۖ وَإِنْ يَكُ كَاذِبًا فَعَلَيْهِ كَذِبُهُ ۖ وَإِنْ يَكُ صَادِقًا يُصِبْكُمْ بَعْضُ الَّذِي يَعِدُكُمْ ۖ إِنَّ اللَّهَ لَا يَهْدِي مَنْ هُوَ مُسْرِفٌ كَذَّابٌ
En een gelovige man uit de familie van de Farao, die zijn geloof verborgen hield, zei: “Doodt u een man omdat hij zegt dat zijn Heer Allah is en tot u met duidelijke tekenen van uw Heer komt? En als hij een leugenaar is dan zal op hem (de zonde) van zijn leugen zijn; maar als hij de waarheid vertelt, dan zullen sommigen van die (rampen) waar hij u mee bedreigt over u komen. Waarlijk, Allah leidt niet degenen die buitensporig en leugenachtig zijn!
40:28 -
يَا قَوْمِ لَكُمُ الْمُلْكُ الْيَوْمَ ظَاهِرِينَ فِي الْأَرْضِ فَمَنْ يَنْصُرُنَا مِنْ بَأْسِ اللَّهِ إِنْ جَاءَنَا ۚ قَالَ فِرْعَوْنُ مَا أُرِيكُمْ إِلَّا مَا أَرَىٰ وَمَا أَهْدِيكُمْ إِلَّا سَبِيلَ الرَّشَادِ
O mijn volk! Aan jullie is het koninkrijk van deze dag, jullie zijn de heersers in het land. Maar wie zal ons van de bestraffing van Allah redden als die over ons komt?” Farao zei: “Ik laat jullie alleen zien wat ik zie, en ik leid jullie slechts naar het pad van Leiding".
40:29 -
وَقَالَ الَّذِي آمَنَ يَا قَوْمِ إِنِّي أَخَافُ عَلَيْكُمْ مِثْلَ يَوْمِ الْأَحْزَابِ
En hij die geloofde zei: “O mijn volk! Waarlijk, ik vrees dat jullie hetzelfde lot zullen begaan als die (ramp) dag van de bondgenoten!”
40:30 -
مِثْلَ دَأْبِ قَوْمِ نُوحٍ وَعَادٍ وَثَمُودَ وَالَّذِينَ مِنْ بَعْدِهِمْ ۚ وَمَا اللَّهُ يُرِيدُ ظُلْمًا لِلْعِبَادِ
Net als het lot van het volk van Noeh en ‘Ad en Thamoed en degenen die na hen kwamen. En Allah wil geen onrechtvaardigheid voor (Zijn) dienaren.
40:31 -
وَيَا قَوْمِ إِنِّي أَخَافُ عَلَيْكُمْ يَوْمَ التَّنَادِ
En o mijn volk! Waarlijk! Ik vrees voor jullie voor de Dag waarop de wederzijdse geroep zal zijn (de dag der opstanding).
40:32 -
يَوْمَ تُوَلُّونَ مُدْبِرِينَ مَا لَكُمْ مِنَ اللَّهِ مِنْ عَاصِمٍ ۗ وَمَنْ يُضْلِلِ اللَّهُ فَمَا لَهُ مِنْ هَادٍ
Een Dag waarop jullie je zullen omdraaien en vluchten zonder een beschermer van Allah te hebben. En iedereen die Allah laat dwalen, voor hem is er geen leiding.”
40:33 -
وَلَقَدْ جَاءَكُمْ يُوسُفُ مِنْ قَبْلُ بِالْبَيِّنَاتِ فَمَا زِلْتُمْ فِي شَكٍّ مِمَّا جَاءَكُمْ بِهِ ۖ حَتَّىٰ إِذَا هَلَكَ قُلْتُمْ لَنْ يَبْعَثَ اللَّهُ مِنْ بَعْدِهِ رَسُولًا ۚ كَذَٰلِكَ يُضِلُّ اللَّهُ مَنْ هُوَ مُسْرِفٌ مُرْتَابٌ
En voorwaar, Yoesoef is tot jullie gekomen, in een tijd die voorbij is, met duidelijke tekenen, maar jullie stopten niet te twijfelen over de zaken die hij jullie bracht, tot zijn overlijden zeiden jullie: “Geen boodschapper zal Allah na hem sturen. En zo Allah laat degene die buitensporig en twijfelend zijn dwalen.”
40:34 -
الَّذِينَ يُجَادِلُونَ فِي آيَاتِ اللَّهِ بِغَيْرِ سُلْطَانٍ أَتَاهُمْ ۖ كَبُرَ مَقْتًا عِنْدَ اللَّهِ وَعِنْدَ الَّذِينَ آمَنُوا ۚ كَذَٰلِكَ يَطْبَعُ اللَّهُ عَلَىٰ كُلِّ قَلْبِ مُتَكَبِّرٍ جَبَّارٍ
Degenen die redetwisten over de tekenen van Allah, zonder dat er enig bewijs tot hen is gekomen, dat is in het aangezicht van Allah diep gehaat en in het aangezicht van degenen die geloven. Dus verzegelt Allah het hart van elke arrogante tiran.
40:35 -
وَقَالَ فِرْعَوْنُ يَا هَامَانُ ابْنِ لِي صَرْحًا لَعَلِّي أَبْلُغُ الْأَسْبَابَ
En Farao zei: “O Haman! Bouw voor mij een toren zodat ik op de wegen kan komen.
40:36 -
أَسْبَابَ السَّمَاوَاتِ فَأَطَّلِعَ إِلَىٰ إِلَٰهِ مُوسَىٰ وَإِنِّي لَأَظُنُّهُ كَاذِبًا ۚ وَكَذَٰلِكَ زُيِّنَ لِفِرْعَوْنَ سُوءُ عَمَلِهِ وَصُدَّ عَنِ السَّبِيلِ ۚ وَمَا كَيْدُ فِرْعَوْنَ إِلَّا فِي تَبَابٍ
De wegen van de hemelen zodat ik naar de god van Moesa kan gaan, al denk ik dat hij een leugenaar is.” En zo werden de daden in de ogen van Farao schoonschijnend gemaakt, en hij werd van het (rechte) pad afgehouden en de samenzwering van de Farao leidde naar niets meer dan verlies en vernieling.
40:37 -
وَقَالَ الَّذِي آمَنَ يَا قَوْمِ اتَّبِعُونِ أَهْدِكُمْ سَبِيلَ الرَّشَادِ
En de man die geloofde zei: “O mijn volk! Volg mij, ik zal jullie leiden naar de weg van leiding.
40:38 -
يَا قَوْمِ إِنَّمَا هَٰذِهِ الْحَيَاةُ الدُّنْيَا مَتَاعٌ وَإِنَّ الْآخِرَةَ هِيَ دَارُ الْقَرَارِ
O mijn volk! Waarlijk, dit leven van de wereld is niets dan (een snel) vermaak en waarlijk het hiernamaals is het huis dat voor altijd zal blijven."
40:39 -
مَنْ عَمِلَ سَيِّئَةً فَلَا يُجْزَىٰ إِلَّا مِثْلَهَا ۖ وَمَنْ عَمِلَ صَالِحًا مِنْ ذَكَرٍ أَوْ أُنْثَىٰ وَهُوَ مُؤْمِنٌ فَأُولَٰئِكَ يَدْخُلُونَ الْجَنَّةَ يُرْزَقُونَ فِيهَا بِغَيْرِ حِسَابٍ
Degene die een kwade daad begaat, zal met niks anders worden vergoed dan zijn slechte daden en degene die een goede daad verricht, man of vrouw, en een gelovige is, die zal het paradijs binnentreden waar hij voorzien zal worden zonder beperking.
40:40 -
وَيَا قَوْمِ مَا لِي أَدْعُوكُمْ إِلَى النَّجَاةِ وَتَدْعُونَنِي إِلَى النَّارِ
En O mijn volk! Hoe kan het dat ik jullie tot de redding oproep terwijl jullie mij tot het vuur oproepen!
40:41 -
تَدْعُونَنِي لِأَكْفُرَ بِاللَّهِ وَأُشْرِكَ بِهِ مَا لَيْسَ لِي بِهِ عِلْمٌ وَأَنَا أَدْعُوكُمْ إِلَى الْعَزِيزِ الْغَفَّارِ
Jullie nodigen mij tot het ongeloof in Allah uit en jullie kennen deelgenoten aan Hem toe; waarvan ik geen kennis heb en ik nodig jullie tot de Almachtige, de meest Vergevende uit!
40:42 -
لَا جَرَمَ أَنَّمَا تَدْعُونَنِي إِلَيْهِ لَيْسَ لَهُ دَعْوَةٌ فِي الدُّنْيَا وَلَا فِي الْآخِرَةِ وَأَنَّ مَرَدَّنَا إِلَى اللَّهِ وَأَنَّ الْمُسْرِفِينَ هُمْ أَصْحَابُ النَّارِ
Er is geen twijfel dat jullie mij oproepen om iemand (te aanbidden) die geen gehoor kan geven aan mijn verzoeken in deze wereld of het hiernamaals. En onze terugkeer zal tot Allah zijn en verdorvenen zijn de bewoners van het vuur zijn!
40:43 -
فَسَتَذْكُرُونَ مَا أَقُولُ لَكُمْ ۚ وَأُفَوِّضُ أَمْرِي إِلَى اللَّهِ ۚ إِنَّ اللَّهَ بَصِيرٌ بِالْعِبَادِ
En jullie zullen je herinneren wat ik jullie zeg, En ik laat mijn zaak aan Allah over. Waarlijk, Allah is de Alziende over (Zijn) dienaren.”
40:44 -
فَوَقَاهُ اللَّهُ سَيِّئَاتِ مَا مَكَرُوا ۖ وَحَاقَ بِآلِ فِرْعَوْنَ سُوءُ الْعَذَابِ
Dus beschermde Allah hem tegen het kwaad dat zij geplot hadden, en een kwade bestraffing het volk van Farao omringde.
40:45 -
النَّارُ يُعْرَضُونَ عَلَيْهَا غُدُوًّا وَعَشِيًّا ۖ وَيَوْمَ تَقُومُ السَّاعَةُ أَدْخِلُوا آلَ فِرْعَوْنَ أَشَدَّ الْعَذَابِ
Zij zullen aan het vuur worden blootgesteld, in de ochtend en de middag en op de Dag wanneer het Uur tot uitvoering wordt gebracht (zal er tegen de engelen gezegd worden): “Laat het volk van Farao de zwaarste bestraffing binnengaan!”
40:46 -
وَإِذْ يَتَحَاجُّونَ فِي النَّارِ فَيَقُولُ الضُّعَفَاءُ لِلَّذِينَ اسْتَكْبَرُوا إِنَّا كُنَّا لَكُمْ تَبَعًا فَهَلْ أَنْتُمْ مُغْنُونَ عَنَّا نَصِيبًا مِنَ النَّارِ
En als zij in het vuur redetwisten, zullen de zwakken tegen degenen die arrogant waren zeggen: “Waarlijk! Wij hebben jullie gevolgd, kunnen jullie dan een deel van het vuur van ons wegnemen?”
40:47
Vertaling: Nederlands Islamitisch Centrum