Soera 40 Gafier (Hij die Vergeeft), vers 1 – 6

  1. حم

    Ha Miem.

    40:1
  2. تَنْزِيلُ الْكِتَابِ مِنَ اللَّهِ الْعَزِيزِ الْعَلِيمِ

    De openbaring van het Boek is van Allah, de Almachtige, de Alwetende.

    40:2
  3. غَافِرِ الذَّنْبِ وَقَابِلِ التَّوْبِ شَدِيدِ الْعِقَابِ ذِي الطَّوْلِ ۖ لَا إِلَٰهَ إِلَّا هُوَ ۖ إِلَيْهِ الْمَصِيرُ

    De Vergevende van de zonde, de Aanvaarder van het berouw, de Strenge in bestraffing, de Schenker (van gunsten). Geen heeft het recht om aanbeden te worden behalve Hij, tot Hem is de uiteindelijke terugkeer.

    40:3
  4. مَا يُجَادِلُ فِي آيَاتِ اللَّهِ إِلَّا الَّذِينَ كَفَرُوا فَلَا يَغْرُرْكَ تَقَلُّبُهُمْ فِي الْبِلَادِ

    Geen redetwist over de tekenen van Allah behalve degene die ongelovig zijn. Laat niet hun weelderige om door het land te reizen jou bedriegen.

    40:4
  5. كَذَّبَتْ قَبْلَهُمْ قَوْمُ نُوحٍ وَالْأَحْزَابُ مِنْ بَعْدِهِمْ ۖ وَهَمَّتْ كُلُّ أُمَّةٍ بِرَسُولِهِمْ لِيَأْخُذُوهُ ۖ وَجَادَلُوا بِالْبَاطِلِ لِيُدْحِضُوا بِهِ الْحَقَّ فَأَخَذْتُهُمْ ۖ فَكَيْفَ كَانَ عِقَابِ

    Ook het volk van Noeh en hun bondgenoten hebben hiervoor hen ontkent (de boodschappers), en ieder (ongelovig) volk heeft plannen samengesmeed tegen hun boodschappers, om deze te grijpen, en redetwisten met valse argumenten om de waarheid te verwerpen. Dus greep Ik hen en hoe (vreselijk) was Mijn bestraffing!

    40:5
  6. وَكَذَٰلِكَ حَقَّتْ كَلِمَتُ رَبِّكَ عَلَى الَّذِينَ كَفَرُوا أَنَّهُمْ أَصْحَابُ النَّارِ

    Zo is het Woord van jullie Heer tegen degenen die ongelovig waren gerechtvaardigd, zodat zij de bewoners van het vuur zullen zijn!

    40:6

Vertaling: Nederlands Islamitisch Centrum