Soera 3 Aal-Imraan (De Familie van Imraan), vers 86 – 91

  1. كَيْفَ يَهْدِي اللَّهُ قَوْمًا كَفَرُوا بَعْدَ إِيمَانِهِمْ وَشَهِدُوا أَنَّ الرَّسُولَ حَقٌّ وَجَاءَهُمُ الْبَيِّنَاتُ ۚ وَاللَّهُ لَا يَهْدِي الْقَوْمَ الظَّالِمِينَ

    Hoe zal Allah een volk leiden dat ongelovig is na geloofd te hebben en nadat zij getuigden dat de boodschapper oprecht was en nadat er duidelijke bewijzen tot hen gekomen waren. En Allah leidt niet de mensen die onrechtvaardig zijn.

    3:86
  2. أُولَٰئِكَ جَزَاؤُهُمْ أَنَّ عَلَيْهِمْ لَعْنَةَ اللَّهِ وَالْمَلَائِكَةِ وَالنَّاسِ أَجْمَعِينَ

    Zij zijn degenen wiens vergoeding het is dat op hen de vloek van Allah, van de engelen en de mensheid (rust).

    3:87
  3. خَالِدِينَ فِيهَا لَا يُخَفَّفُ عَنْهُمُ الْعَذَابُ وَلَا هُمْ يُنْظَرُونَ

    Zij zullen daarin verblijven. Noch zal hun bestraffing verlicht worden noch zal het vertraagd of uitgesteld worden.

    3:88
  4. إِلَّا الَّذِينَ تَابُوا مِنْ بَعْدِ ذَٰلِكَ وَأَصْلَحُوا فَإِنَّ اللَّهَ غَفُورٌ رَحِيمٌ

    Behalve voor degenen die hierna berouw hebben en goede daden verrichten. Waarlijk, Allah is de Vaak-Vergevende de Genadevolle.

    3:89
  5. إِنَّ الَّذِينَ كَفَرُوا بَعْدَ إِيمَانِهِمْ ثُمَّ ازْدَادُوا كُفْرًا لَنْ تُقْبَلَ تَوْبَتُهُمْ وَأُولَٰئِكَ هُمُ الضَّالُّونَ

    Waarlijk, degenen die ongelovig zijn, nadat zij geloofd hebben en hierna doorgingen in het vermeerderen van hun ongeloof daarvan zal het berouw nooit geaccepteerd worden. En zij zijn het die dwalen.

    3:90
  6. إِنَّ الَّذِينَ كَفَرُوا وَمَاتُوا وَهُمْ كُفَّارٌ فَلَنْ يُقْبَلَ مِنْ أَحَدِهِمْ مِلْءُ الْأَرْضِ ذَهَبًا وَلَوِ افْتَدَىٰ بِهِ ۗ أُولَٰئِكَ لَهُمْ عَذَابٌ أَلِيمٌ وَمَا لَهُمْ مِنْ نَاصِرِينَ

    Waarlijk, degenen die ongelovig zijn en sterven terwijl zij ongelovig zijn, daarvan zal de (hele) aarde vol goud niet van worden geaccepteerd ook al zou hij zich hiermee willen vrijkopen Voor hen is er een pijnlijke bestraffing en zij hebben geen helpers.

    3:91

Vertaling: Nederlands Islamitisch Centrum