Soera 3 Aal-Imraan (De Familie van Imraan), vers 3 – 5

  1. نَزَّلَ عَلَيْكَ الْكِتَابَ بِالْحَقِّ مُصَدِّقًا لِمَا بَيْنَ يَدَيْهِ وَأَنْزَلَ التَّوْرَاةَ وَالْإِنْجِيلَ

    Hij is het die het Boek met waarheid aan jou heeft neergezonden, bevestigend wat hiervoor kwam. En Hij heeft de Thora en de Indjiel neergezonden.

    3:3
  2. مِنْ قَبْلُ هُدًى لِلنَّاسِ وَأَنْزَلَ الْفُرْقَانَ ۗ إِنَّ الَّذِينَ كَفَرُوا بِآيَاتِ اللَّهِ لَهُمْ عَذَابٌ شَدِيدٌ ۗ وَاللَّهُ عَزِيزٌ ذُو انْتِقَامٍ

    Vroeger, als Leiding voor de mensheid, en Hij heeft de Onderscheider (de Koran) neergezonden. Waarlijk, degenen die niet in de tekenen van Allah geloven, voor hen is er een zware bestraffing en Allah is Almachtig, wel in staat tot de Vergelding.

    3:4
  3. إِنَّ اللَّهَ لَا يَخْفَىٰ عَلَيْهِ شَيْءٌ فِي الْأَرْضِ وَلَا فِي السَّمَاءِ

    Waarlijk, niets is voor Allah op de aarde of in de hemelen verborgen.

    3:5

Vertaling: Nederlands Islamitisch Centrum