Soera 3 Aal-Imraan (De Familie van Imraan), vers 113 – 115
-
لَيْسُوا سَوَاءً ۗ مِنْ أَهْلِ الْكِتَابِ أُمَّةٌ قَائِمَةٌ يَتْلُونَ آيَاتِ اللَّهِ آنَاءَ اللَّيْلِ وَهُمْ يَسْجُدُونَ
Zij zijn niet allen gelijk; een deel van de mensen van het boek is rechtvaardig, zij reciteren de verzen van Allah in de uren van de nacht en knielen neer in gebed.
3:113 -
يُؤْمِنُونَ بِاللَّهِ وَالْيَوْمِ الْآخِرِ وَيَأْمُرُونَ بِالْمَعْرُوفِ وَيَنْهَوْنَ عَنِ الْمُنْكَرِ وَيُسَارِعُونَ فِي الْخَيْرَاتِ وَأُولَٰئِكَ مِنَ الصَّالِحِينَ
Zij geloven in Allah en de laatste dag, zij moedigen aan tot het goede en verbieden het verwerpelijke en zij haasten zich om de goede werken te verrichten; en zij zijn onder de rechtvaardigen.
3:114 -
وَمَا يَفْعَلُوا مِنْ خَيْرٍ فَلَنْ يُكْفَرُوهُ ۗ وَاللَّهُ عَلِيمٌ بِالْمُتَّقِينَ
En van het goede wat zij doen zal er niets verworpen worden, want Allah kent degenen die godvrezend zijn goed.
3:115
Vertaling: Nederlands Islamitisch Centrum