Soera 38 Saad, vers 11 – 15
-
جُنْدٌ مَا هُنَالِكَ مَهْزُومٌ مِنَ الْأَحْزَابِ
Zij zullen een verslagen leger zijn zoals de bondgenoten van oude tijden (slagveld van Badr).
38:11 -
كَذَّبَتْ قَبْلَهُمْ قَوْمُ نُوحٍ وَعَادٌ وَفِرْعَوْنُ ذُو الْأَوْتَادِ
Voor hen hebben het volk van Noeh; en ‘Ad en Farao – de bezitter van de palen-.
38:12 -
وَثَمُودُ وَقَوْمُ لُوطٍ وَأَصْحَابُ الْأَيْكَةِ ۚ أُولَٰئِكَ الْأَحْزَابُ
En Thamoed en het volk van Loet en de bewoners van het woud; dat waren de bondgenoten.
38:13 -
إِنْ كُلٌّ إِلَّا كَذَّبَ الرُّسُلَ فَحَقَّ عِقَابِ
Niet één van hen had Mijn boodschappers niet verloochend, daarom was Mijn bestraffing gerechtvaardigd.
38:14 -
وَمَا يَنْظُرُ هَٰؤُلَاءِ إِلَّا صَيْحَةً وَاحِدَةً مَا لَهَا مِنْ فَوَاقٍ
En het wachten is slechts op een enkele kreet, er zal geen onderbreking of einde daarvoor zijn.
38:15
Vertaling: Nederlands Islamitisch Centrum