Soera 32 As-Sadjdah (De Neerknieling), vers 15 – 17

  1. إِنَّمَا يُؤْمِنُ بِآيَاتِنَا الَّذِينَ إِذَا ذُكِّرُوا بِهَا خَرُّوا سُجَّدًا وَسَبَّحُوا بِحَمْدِ رَبِّهِمْ وَهُمْ لَا يَسْتَكْبِرُونَ ۩

    Slechts degenen die in Onze tekenen geloven, die wanneer zij herinnerd worden aan Allah zij zich neerknielend ter aarde werpen en hun Heer verheerlijken en prijzen en die niet hoogmoedig zijn.

    32:15
  2. تَتَجَافَىٰ جُنُوبُهُمْ عَنِ الْمَضَاجِعِ يَدْعُونَ رَبَّهُمْ خَوْفًا وَطَمَعًا وَمِمَّا رَزَقْنَاهُمْ يُنْفِقُونَ

    Hun zijden verlaten hun bedden, om hun Heer vol hoop en vrees te smeken en geven uit (aan liefdadigheid) van hetgeen waarmee Wij hen hebben voorzien.

    32:16
  3. فَلَا تَعْلَمُ نَفْسٌ مَا أُخْفِيَ لَهُمْ مِنْ قُرَّةِ أَعْيُنٍ جَزَاءً بِمَا كَانُوا يَعْمَلُونَ

    Niemand weet wat voor hen verborgen is gehouden (na de dood) aan verkoeling voor de ogen (plezier), als een beloning voor wat zij plachten te doen.

    32:17

Vertaling: Nederlands Islamitisch Centrum