Soera 2 Albaqarah (De Koe), vers 47 – 50

  1. يَا بَنِي إِسْرَائِيلَ اذْكُرُوا نِعْمَتِيَ الَّتِي أَنْعَمْتُ عَلَيْكُمْ وَأَنِّي فَضَّلْتُكُمْ عَلَى الْعَالَمِينَ

    O Kinderen van Israël! Gedenk Mijn gunst die Ik jullie heb geschonken en dat Ik aan jullie de voorkeur gaf van de wereldwezens.

    2:47
  2. وَاتَّقُوا يَوْمًا لَا تَجْزِي نَفْسٌ عَنْ نَفْسٍ شَيْئًا وَلَا يُقْبَلُ مِنْهَا شَفَاعَةٌ وَلَا يُؤْخَذُ مِنْهَا عَدْلٌ وَلَا هُمْ يُنْصَرُونَ

    En vrees de dag (van het oordeel) wanneer niemand een ander kan helpen, noch zal inmenging geaccepteerd worden van hem, noch zal er een vergoeding van hem genomen worden, noch zal hij hulp krijgen.

    2:48
  3. وَإِذْ نَجَّيْنَاكُمْ مِنْ آلِ فِرْعَوْنَ يَسُومُونَكُمْ سُوءَ الْعَذَابِ يُذَبِّحُونَ أَبْنَاءَكُمْ وَيَسْتَحْيُونَ نِسَاءَكُمْ ۚ وَفِي ذَٰلِكُمْ بَلَاءٌ مِنْ رَبِّكُمْ عَظِيمٌ

    En (weet dan nog) dat Wij jullie van de mensen van de Farao, die jullie vreselijke martelingen oplegden, jullie zonen vermoordden en jullie vrouwen spaarden, verlosten, en daarin was een machtig vonnis van jullie Heer.

    2:49
  4. وَإِذْ فَرَقْنَا بِكُمُ الْبَحْرَ فَأَنْجَيْنَاكُمْ وَأَغْرَقْنَا آلَ فِرْعَوْنَ وَأَنْتُمْ تَنْظُرُونَ

    En (herinner je) dat Wij de zee voor jullie splitsten en jullie redden en de mensen van de Farao lieten verdrinken, terwijl jullie toekeken.

    2:50

Vertaling: Nederlands Islamitisch Centrum