Soera 2 Albaqarah (De Koe), vers 34 – 56
-
وَإِذْ قُلْنَا لِلْمَلَائِكَةِ اسْجُدُوا لِآدَمَ فَسَجَدُوا إِلَّا إِبْلِيسَ أَبَىٰ وَاسْتَكْبَرَ وَكَانَ مِنَ الْكَافِرِينَ
En toen Wij tot de engelen zeiden: “Buig (jullie hoofden) voor Adam!” Daarop bogen zij allen (het hoofd), behalve Iblies. Hij weigerde hoogmoedig (daar hij zich beter vond dan Adam) en werd zo één van de (ongehoorzame) ongelovigen.
2:34 -
وَقُلْنَا يَا آدَمُ اسْكُنْ أَنْتَ وَزَوْجُكَ الْجَنَّةَ وَكُلَا مِنْهَا رَغَدًا حَيْثُ شِئْتُمَا وَلَا تَقْرَبَا هَٰذِهِ الشَّجَرَةَ فَتَكُونَا مِنَ الظَّالِمِينَ
En Wij zeiden: “O Adam! Woon tezamen met jouw vrouw in het paradijs en eet beiden vrijelijk met plezier en genot van de zaken daarvan, zoveel als je maar wilt, maar kom niet bij deze boom of jullie beiden zullen tot de zondaren behoren.”
2:35 -
فَأَزَلَّهُمَا الشَّيْطَانُ عَنْهَا فَأَخْرَجَهُمَا مِمَّا كَانَا فِيهِ ۖ وَقُلْنَا اهْبِطُوا بَعْضُكُمْ لِبَعْضٍ عَدُوٌّ ۖ وَلَكُمْ فِي الْأَرْضِ مُسْتَقَرٌّ وَمَتَاعٌ إِلَىٰ حِينٍ
Toen liet Shaytaan hen daaruit (het paradijs) glijden en verwijderde hen van waar zij waren. Wij zeiden: “Ga naar beneden, allemaal, met vijandigheid tussen jullie. Op de aarde zal een woonplaats voor jullie zijn en voor een zekere tijd vermaak.”
2:36 -
فَتَلَقَّىٰ آدَمُ مِنْ رَبِّهِ كَلِمَاتٍ فَتَابَ عَلَيْهِ ۚ إِنَّهُ هُوَ التَّوَّابُ الرَّحِيمُ
Daarop ontving Adam van zijn Heer (nieuwe) woorden (woorden van eerlijke berouw), waarop zijn Heer hem vergaf (door zijn berouw te aanvaarden). Waarlijk, Hij is Degene Die vergeeft, de Genadevolle.
2:37 -
قُلْنَا اهْبِطُوا مِنْهَا جَمِيعًا ۖ فَإِمَّا يَأْتِيَنَّكُمْ مِنِّي هُدًى فَمَنْ تَبِعَ هُدَايَ فَلَا خَوْفٌ عَلَيْهِمْ وَلَا هُمْ يَحْزَنُونَ
Wij zeiden: “Gaan jullie allemaal van deze plaats naar beneden, en als er van Mij leiding tot jullie komt en iedereen die Mijn leiding volgt, zij zullen niet vrezen, noch zullen zij bedroefd zijn.
2:38 -
وَالَّذِينَ كَفَرُوا وَكَذَّبُوا بِآيَاتِنَا أُولَٰئِكَ أَصْحَابُ النَّارِ ۖ هُمْ فِيهَا خَالِدُونَ
Maar degenen die niet geloven en onze tekenen loochenen, dat zijn de bewoners van het vuur, zij zullen daarin voor altijd verblijven.
2:39 -
يَا بَنِي إِسْرَائِيلَ اذْكُرُوا نِعْمَتِيَ الَّتِي أَنْعَمْتُ عَلَيْكُمْ وَأَوْفُوا بِعَهْدِي أُوفِ بِعَهْدِكُمْ وَإِيَّايَ فَارْهَبُونِ
O Kinderen van Israël! Gedenk Mijn gunst die Ik jullie gegeven heb, en vervul jullie verplichtingen voor Mijn verbond zodat Ik (Mijn verplichtingen) van jullie verbond (met jullie vervul) en vrees geen ander dan Mij.
2:40 -
وَآمِنُوا بِمَا أَنْزَلْتُ مُصَدِّقًا لِمَا مَعَكُمْ وَلَا تَكُونُوا أَوَّلَ كَافِرٍ بِهِ ۖ وَلَا تَشْتَرُوا بِآيَاتِي ثَمَنًا قَلِيلًا وَإِيَّايَ فَاتَّقُونِ
En geloof in wat Ik naar beneden heb gezonden dat wat met jullie is bevestigd en wees niet de eersten die dat niet geloven en verkoop niet Mijn verzen voor een klein bedrag en vrees Mij en alleen Mij.
2:41 -
وَلَا تَلْبِسُوا الْحَقَّ بِالْبَاطِلِ وَتَكْتُمُوا الْحَقَّ وَأَنْتُمْ تَعْلَمُونَ
En vermeng de waarheid niet met de leugen, en verberg de waarheid ook niet terwijl jullie (de waarheid) kennen.
2:42 -
وَأَقِيمُوا الصَّلَاةَ وَآتُوا الزَّكَاةَ وَارْكَعُوا مَعَ الرَّاكِعِينَ
En verricht de gebeden correct en geef zakaat en buig met degenen die buigen.
2:43 -
أَتَأْمُرُونَ النَّاسَ بِالْبِرِّ وَتَنْسَوْنَ أَنْفُسَكُمْ وَأَنْتُمْ تَتْلُونَ الْكِتَابَ ۚ أَفَلَا تَعْقِلُونَ
Jullie gebieden vroomheid en rechtvaardigheid en dat alle daden voor de gehoorzaamheid van Allah zijn van de mensen maar jullie vergeten het zelf, terwijl jullie de Geschriften reciteren. Hebben jullie dan geen verstand?
2:44 -
وَاسْتَعِينُوا بِالصَّبْرِ وَالصَّلَاةِ ۚ وَإِنَّهَا لَكَبِيرَةٌ إِلَّا عَلَى الْخَاشِعِينَ
En vraag hulp middels (het vermogen om) geduld (op te brengen in en om) het gebed (door de lusten en verlangens van de ego te bedwingen). En voorzeker, dit (gebed) is bijzonder zwaar en moeilijk behalve voor de khaashi’ien (degene die vrees hebben voor Allah gebaseerd op kennis, vandaar dat ze hun gebeden op tijd verrichten waar ze ook zijn)
2:45 -
الَّذِينَ يَظُنُّونَ أَنَّهُمْ مُلَاقُو رَبِّهِمْ وَأَنَّهُمْ إِلَيْهِ رَاجِعُونَ
(Zij zijn degenen) die er zeker van zijn dat zij hun Heer zullen ontmoeten en dat zij tot Hem zullen terugkeren.
2:46 -
يَا بَنِي إِسْرَائِيلَ اذْكُرُوا نِعْمَتِيَ الَّتِي أَنْعَمْتُ عَلَيْكُمْ وَأَنِّي فَضَّلْتُكُمْ عَلَى الْعَالَمِينَ
O Kinderen van Israël! Gedenk Mijn gunst die Ik jullie heb geschonken en dat Ik aan jullie de voorkeur gaf van de wereldwezens.
2:47 -
وَاتَّقُوا يَوْمًا لَا تَجْزِي نَفْسٌ عَنْ نَفْسٍ شَيْئًا وَلَا يُقْبَلُ مِنْهَا شَفَاعَةٌ وَلَا يُؤْخَذُ مِنْهَا عَدْلٌ وَلَا هُمْ يُنْصَرُونَ
En vrees de dag (van het oordeel) wanneer niemand een ander kan helpen, noch zal inmenging geaccepteerd worden van hem, noch zal er een vergoeding van hem genomen worden, noch zal hij hulp krijgen.
2:48 -
وَإِذْ نَجَّيْنَاكُمْ مِنْ آلِ فِرْعَوْنَ يَسُومُونَكُمْ سُوءَ الْعَذَابِ يُذَبِّحُونَ أَبْنَاءَكُمْ وَيَسْتَحْيُونَ نِسَاءَكُمْ ۚ وَفِي ذَٰلِكُمْ بَلَاءٌ مِنْ رَبِّكُمْ عَظِيمٌ
En (weet dan nog) dat Wij jullie van de mensen van de Farao, die jullie vreselijke martelingen oplegden, jullie zonen vermoordden en jullie vrouwen spaarden, verlosten, en daarin was een machtig vonnis van jullie Heer.
2:49 -
وَإِذْ فَرَقْنَا بِكُمُ الْبَحْرَ فَأَنْجَيْنَاكُمْ وَأَغْرَقْنَا آلَ فِرْعَوْنَ وَأَنْتُمْ تَنْظُرُونَ
En (herinner je) dat Wij de zee voor jullie splitsten en jullie redden en de mensen van de Farao lieten verdrinken, terwijl jullie toekeken.
2:50 -
وَإِذْ وَاعَدْنَا مُوسَىٰ أَرْبَعِينَ لَيْلَةً ثُمَّ اتَّخَذْتُمُ الْعِجْلَ مِنْ بَعْدِهِ وَأَنْتُمْ ظَالِمُونَ
En (herinner je) dat Wij voor Moesa veertig nachten hadden aangewezen en dat jullie een kalf namen en jullie onrechtplegers werden.
2:51 -
ثُمَّ عَفَوْنَا عَنْكُمْ مِنْ بَعْدِ ذَٰلِكَ لَعَلَّكُمْ تَشْكُرُونَ
Daarna vergaven Wij jullie zodat jullie dankbaar zouden zijn.
2:52 -
وَإِذْ آتَيْنَا مُوسَى الْكِتَابَ وَالْفُرْقَانَ لَعَلَّكُمْ تَهْتَدُونَ
En (herinner je) dat Wij Moesa de geschriften gaven en het onderscheid (tussen goed en kwaad) zodat jullie rechtgeleid zijn.
2:53 -
وَإِذْ قَالَ مُوسَىٰ لِقَوْمِهِ يَا قَوْمِ إِنَّكُمْ ظَلَمْتُمْ أَنْفُسَكُمْ بِاتِّخَاذِكُمُ الْعِجْلَ فَتُوبُوا إِلَىٰ بَارِئِكُمْ فَاقْتُلُوا أَنْفُسَكُمْ ذَٰلِكُمْ خَيْرٌ لَكُمْ عِنْدَ بَارِئِكُمْ فَتَابَ عَلَيْكُمْ ۚ إِنَّهُ هُوَ التَّوَّابُ الرَّحِيمُ
En (herinner je) wanneer Moesa tegen zijn mensen zei: “O mijn mensen! Waarlijk jullie hebben jezelf onrecht aangedaan door het kalf te aanbidden. Keren jullie je dus in berouw tot jullie Schepper en dood elkaar in het zicht van jullie Schepper dan is dat beter voor jullie.” Toen accepteerde Hij jullie berouw, waarlijk, Hij is Degene Die het berouw accepteert, de Genadevolle.
2:54 -
وَإِذْ قُلْتُمْ يَا مُوسَىٰ لَنْ نُؤْمِنَ لَكَ حَتَّىٰ نَرَى اللَّهَ جَهْرَةً فَأَخَذَتْكُمُ الصَّاعِقَةُ وَأَنْتُمْ تَنْظُرُونَ
En (herinner je) wanneer jullie zeiden: “O Moesa! Wij zullen je nooit geloven totdat wij Allah duidelijk zien.” Maar jullie werden door de bliksem gegrepen toen jullie keken.
2:55 -
ثُمَّ بَعَثْنَاكُمْ مِنْ بَعْدِ مَوْتِكُمْ لَعَلَّكُمْ تَشْكُرُونَ
En vervolgens deden wij jullie na jullie dood opstaan, opdat jullie dankbaar zouden zijn.
2:56
Vertaling: Nederlands Islamitisch Centrum