Soera 2 Albaqarah (De Koe), vers 1 – 30
-
الم
Alief, Lam, Miem.
2:1 -
ذَٰلِكَ الْكِتَابُ لَا رَيْبَ ۛ فِيهِ ۛ هُدًى لِلْمُتَّقِينَ
Dit is het Boek, waarover geen twijfel bestaat, een leidraad voor degenen die godvrezend zijn.
2:2 -
الَّذِينَ يُؤْمِنُونَ بِالْغَيْبِ وَيُقِيمُونَ الصَّلَاةَ وَمِمَّا رَزَقْنَاهُمْ يُنْفِقُونَ
Die in het onzichtbare geloven en de gebeden volmaakt verrichten en datgene, waar Wij hen van voorzien hebben besteden.
2:3 -
وَالَّذِينَ يُؤْمِنُونَ بِمَا أُنْزِلَ إِلَيْكَ وَمَا أُنْزِلَ مِنْ قَبْلِكَ وَبِالْآخِرَةِ هُمْ يُوقِنُونَ
En die geloven in datgene dat aan jou is neergezonden. En wat vóór jou is neergezonden. En zij geloven met zekerheid in het hiernamaals.
2:4 -
أُولَٰئِكَ عَلَىٰ هُدًى مِنْ رَبِّهِمْ ۖ وَأُولَٰئِكَ هُمُ الْمُفْلِحُونَ
Zij hebben de leiding van hun Heer en zullen daarom succes hebben.
2:5 -
إِنَّ الَّذِينَ كَفَرُوا سَوَاءٌ عَلَيْهِمْ أَأَنْذَرْتَهُمْ أَمْ لَمْ تُنْذِرْهُمْ لَا يُؤْمِنُونَ
Waarlijk, voor degenen die ongelovig zijn maakt het niet uit of jij ze al dan niet waarschuwt: ze zullen toch niet geloven.
2:6 -
خَتَمَ اللَّهُ عَلَىٰ قُلُوبِهِمْ وَعَلَىٰ سَمْعِهِمْ ۖ وَعَلَىٰ أَبْصَارِهِمْ غِشَاوَةٌ ۖ وَلَهُمْ عَذَابٌ عَظِيمٌ
Allah heeft een zegel op hun harten en op hun gehoor geplaatst en over hun gehoor en over hun ogen is er een bedekking. Hun zal een grote bestraffing ten deel vallen.
2:7 -
وَمِنَ النَّاسِ مَنْ يَقُولُ آمَنَّا بِاللَّهِ وَبِالْيَوْمِ الْآخِرِ وَمَا هُمْ بِمُؤْمِنِينَ
En in de mensheid zijn een aantal die zeggen: “Wij geloven in Allah en de laatste dag” terwijl zij daar eigenlijk niet in geloven.
2:8 -
يُخَادِعُونَ اللَّهَ وَالَّذِينَ آمَنُوا وَمَا يَخْدَعُونَ إِلَّا أَنْفُسَهُمْ وَمَا يَشْعُرُونَ
Zij (denken) dat zij Allah en degenen die geloven bedriegen, terwijl zij slechts zichzelf bedriegen en zij beseffen (het) niet.
2:9 -
فِي قُلُوبِهِمْ مَرَضٌ فَزَادَهُمُ اللَّهُ مَرَضًا ۖ وَلَهُمْ عَذَابٌ أَلِيمٌ بِمَا كَانُوا يَكْذِبُونَ
In hun harten is een ziekte en Allah heeft de ziekte doen toenemen. En er is voor hen een pijnlijke bestraffing, vanwege wat zij plachten te loochenen.
2:10 -
وَإِذَا قِيلَ لَهُمْ لَا تُفْسِدُوا فِي الْأَرْضِ قَالُوا إِنَّمَا نَحْنُ مُصْلِحُونَ
En wanneer er tegen hen gezegd werd: "Zaai geen verderf op aarde", dan zeggen zij: "Wij zijn slechts vredestichters."
2:11 -
أَلَا إِنَّهُمْ هُمُ الْمُفْسِدُونَ وَلَٰكِنْ لَا يَشْعُرُونَ
Waarlijk! Zij zijn degenen die verderf zaaien maar zij beseffen het niet.
2:12 -
وَإِذَا قِيلَ لَهُمْ آمِنُوا كَمَا آمَنَ النَّاسُ قَالُوا أَنُؤْمِنُ كَمَا آمَنَ السُّفَهَاءُ ۗ أَلَا إِنَّهُمْ هُمُ السُّفَهَاءُ وَلَٰكِنْ لَا يَعْلَمُونَ
En wanneer tot hen gezegd wordt: “Geloof zoals de mens geloofd heeft,” zeggen zij: “Moeten wij geloven zoals die dwazen geloofd hebben?” Waarlijk, zij zijn de dwazen, maar zij weten het niet.
2:13 -
وَإِذَا لَقُوا الَّذِينَ آمَنُوا قَالُوا آمَنَّا وَإِذَا خَلَوْا إِلَىٰ شَيَاطِينِهِمْ قَالُوا إِنَّا مَعَكُمْ إِنَّمَا نَحْنُ مُسْتَهْزِئُونَ
En als ze gelovigen tegenkomen, zeggen zij: “Wij geloven,” maar als zij alleen zijn met hun duivels zeggen zij: “Waarlijk wij behoren bij jullie, waarlijk, wij spotten slechts.”
2:14 -
اللَّهُ يَسْتَهْزِئُ بِهِمْ وَيَمُدُّهُمْ فِي طُغْيَانِهِمْ يَعْمَهُونَ
Allah spot met hen en laat hun in hun overtredingen(vermeerderd) blind rondlopen.
2:15 -
أُولَٰئِكَ الَّذِينَ اشْتَرَوُا الضَّلَالَةَ بِالْهُدَىٰ فَمَا رَبِحَتْ تِجَارَتُهُمْ وَمَا كَانُوا مُهْتَدِينَ
Zij zijn degenen die het kwaad voor leiding hebben gekocht: hun handel is dus zonder winst. En zij zijn niet geleid.
2:16 -
مَثَلُهُمْ كَمَثَلِ الَّذِي اسْتَوْقَدَ نَارًا فَلَمَّا أَضَاءَتْ مَا حَوْلَهُ ذَهَبَ اللَّهُ بِنُورِهِمْ وَتَرَكَهُمْ فِي ظُلُمَاتٍ لَا يُبْصِرُونَ
Zij lijken op degenen die een vuur aansteken; als het dan rond om hen heen licht is, neemt Allah hun licht weg en laat hen in het donker achter. Zij kunnen (dus) niet zien.
2:17 -
صُمٌّ بُكْمٌ عُمْيٌ فَهُمْ لَا يَرْجِعُونَ
Zij zijn doof, stom en blind en keren dus niet terug.
2:18 -
أَوْ كَصَيِّبٍ مِنَ السَّمَاءِ فِيهِ ظُلُمَاتٌ وَرَعْدٌ وَبَرْقٌ يَجْعَلُونَ أَصَابِعَهُمْ فِي آذَانِهِمْ مِنَ الصَّوَاعِقِ حَذَرَ الْمَوْتِ ۚ وَاللَّهُ مُحِيطٌ بِالْكَافِرِينَ
Of als de regenbui uit de hemel waarin duisternis, donder en bliksem is. Zij stoppen hun vingers in hun oren om de donderslag niet te horen, omdat zij bang voor de dood zijn. Maar Allah omsluit altijd de ongelovigen.
2:19 -
يَكَادُ الْبَرْقُ يَخْطَفُ أَبْصَارَهُمْ ۖ كُلَّمَا أَضَاءَ لَهُمْ مَشَوْا فِيهِ وَإِذَا أَظْلَمَ عَلَيْهِمْ قَامُوا ۚ وَلَوْ شَاءَ اللَّهُ لَذَهَبَ بِسَمْعِهِمْ وَأَبْصَارِهِمْ ۚ إِنَّ اللَّهَ عَلَىٰ كُلِّ شَيْءٍ قَدِيرٌ
De bliksem verblindt hen haast, als het voor hen flitst dan lopen zij erin en als het donker is, staan ze stil. En als Allah het gewild had, had Hij hun gehoor en gezicht weg kunnen nemen. Allah heeft beslist macht over alle zaken.
2:20 -
يَا أَيُّهَا النَّاسُ اعْبُدُوا رَبَّكُمُ الَّذِي خَلَقَكُمْ وَالَّذِينَ مِنْ قَبْلِكُمْ لَعَلَّكُمْ تَتَّقُونَ
O Mensheid! Aanbid jullie Heer Die jullie geschapen heeft en degenen vóór jullie, zodat jullie godvrezend worden.
2:21 -
الَّذِي جَعَلَ لَكُمُ الْأَرْضَ فِرَاشًا وَالسَّمَاءَ بِنَاءً وَأَنْزَلَ مِنَ السَّمَاءِ مَاءً فَأَخْرَجَ بِهِ مِنَ الثَّمَرَاتِ رِزْقًا لَكُمْ ۖ فَلَا تَجْعَلُوا لِلَّهِ أَنْدَادًا وَأَنْتُمْ تَعْلَمُونَ
Die de aarde als rustplaats voor jullie gemaakt heeft, en de hemel als een dak en regen van de hemel naar beneden stuurt en fruit voor jullie als levensonderhoud heeft voortgebracht. Neem geen deelgenoten aan bij Allah terwijl jullie weten.
2:22 -
وَإِنْ كُنْتُمْ فِي رَيْبٍ مِمَّا نَزَّلْنَا عَلَىٰ عَبْدِنَا فَأْتُوا بِسُورَةٍ مِنْ مِثْلِهِ وَادْعُوا شُهَدَاءَكُمْ مِنْ دُونِ اللَّهِ إِنْ كُنْتُمْ صَادِقِينَ
En als jullie twijfelen over hetgeen Wij naar beneden gezonden hebben aan Onze slaaf, maak dan een soerah van gelijk niveau en roep je getuigen op naast Allah, als jullie waarachtig zijn.
2:23 -
فَإِنْ لَمْ تَفْعَلُوا وَلَنْ تَفْعَلُوا فَاتَّقُوا النَّارَ الَّتِي وَقُودُهَا النَّاسُ وَالْحِجَارَةُ ۖ أُعِدَّتْ لِلْكَافِرِينَ
Maar als jullie dat niet doen, en jullie kunnen dat nooit doen, vrees dan het vuur dat door een brandstof gevoed wordt die uit mensen en stenen bestaat, voorbereid voor de ongelovigen.
2:24 -
وَبَشِّرِ الَّذِينَ آمَنُوا وَعَمِلُوا الصَّالِحَاتِ أَنَّ لَهُمْ جَنَّاتٍ تَجْرِي مِنْ تَحْتِهَا الْأَنْهَارُ ۖ كُلَّمَا رُزِقُوا مِنْهَا مِنْ ثَمَرَةٍ رِزْقًا ۙ قَالُوا هَٰذَا الَّذِي رُزِقْنَا مِنْ قَبْلُ ۖ وَأُتُوا بِهِ مُتَشَابِهًا ۖ وَلَهُمْ فِيهَا أَزْوَاجٌ مُطَهَّرَةٌ ۖ وَهُمْ فِيهَا خَالِدُونَ
En breng degenen die geloven (en hierin standvastig blijven) blijde tijding en goede daden verrichten, dat zij in de tuinen zullen zijn waar rivieren onderdoor stromen. Elke keer als zij daarvan fruit ontvangen zullen zij zeggen: “Dit is wat wij al eerder hebben gekregen,” en zij zullen zaken krijgen die overeen lijken te komen en zij zullen daar reine echtgenotes hebben en zij zullen daar voor altijd verblijven.
2:25 -
إِنَّ اللَّهَ لَا يَسْتَحْيِي أَنْ يَضْرِبَ مَثَلًا مَا بَعُوضَةً فَمَا فَوْقَهَا ۚ فَأَمَّا الَّذِينَ آمَنُوا فَيَعْلَمُونَ أَنَّهُ الْحَقُّ مِنْ رَبِّهِمْ ۖ وَأَمَّا الَّذِينَ كَفَرُوا فَيَقُولُونَ مَاذَا أَرَادَ اللَّهُ بِهَٰذَا مَثَلًا ۘ يُضِلُّ بِهِ كَثِيرًا وَيَهْدِي بِهِ كَثِيرًا ۚ وَمَا يُضِلُّ بِهِ إِلَّا الْفَاسِقِينَ
Waarlijk, Allah schaamt zich niet om een parabel over zelfs maar een mug te beschrijven of iets anders als het kleiner is. En voor degenen die geloven is dit de waarheid van hun Heer, maar de ongelovigen zeggen: “Wat bedoelde Allah met deze parabel?” Door de parabel misleidt Hij er velen, en velen leidt Hij erdoor. En Hij misleidt slechts degenen die niet aan Allah Zijn gehoorzaamheid beantwoorden.
2:26 -
الَّذِينَ يَنْقُضُونَ عَهْدَ اللَّهِ مِنْ بَعْدِ مِيثَاقِهِ وَيَقْطَعُونَ مَا أَمَرَ اللَّهُ بِهِ أَنْ يُوصَلَ وَيُفْسِدُونَ فِي الْأَرْضِ ۚ أُولَٰئِكَ هُمُ الْخَاسِرُونَ
Degenen die het Verbond met Allah verbreken nadat zij het zijn aangegaan en losbreken wat Allah bevolen heeft te verbinden en misdaden plegen op aarde, zij zijn het die de verliezers zijn.
2:27 -
كَيْفَ تَكْفُرُونَ بِاللَّهِ وَكُنْتُمْ أَمْوَاتًا فَأَحْيَاكُمْ ۖ ثُمَّ يُمِيتُكُمْ ثُمَّ يُحْيِيكُمْ ثُمَّ إِلَيْهِ تُرْجَعُونَ
Hoe kun je niet in Allah geloven! Jullie zagen toch dat jullie dood waren en Hij jullie het leven heeft gegeven. Toen gaf Hij jullie de dood en opnieuw bracht Hij jullie tot leven en tot Hem zullen jullie terugkeren.
2:28 -
هُوَ الَّذِي خَلَقَ لَكُمْ مَا فِي الْأَرْضِ جَمِيعًا ثُمَّ اسْتَوَىٰ إِلَى السَّمَاءِ فَسَوَّاهُنَّ سَبْعَ سَمَاوَاتٍ ۚ وَهُوَ بِكُلِّ شَيْءٍ عَلِيمٌ
Hij is Degene die alles, wat zich op aarde bevindt, voor jullie heeft geschapen. Daarna verhief Hij zich (op de manier die bij hem past) naar de Hemel en vormde deze tot zeven Hemelen. En Hij is op de hoogte van alles.
2:29 -
وَإِذْ قَالَ رَبُّكَ لِلْمَلَائِكَةِ إِنِّي جَاعِلٌ فِي الْأَرْضِ خَلِيفَةً ۖ قَالُوا أَتَجْعَلُ فِيهَا مَنْ يُفْسِدُ فِيهَا وَيَسْفِكُ الدِّمَاءَ وَنَحْنُ نُسَبِّحُ بِحَمْدِكَ وَنُقَدِّسُ لَكَ ۖ قَالَ إِنِّي أَعْلَمُ مَا لَا تَعْلَمُونَ
En (gedenk) toen jullie Heer tegen de engelen zei: “Ik zal de mens generatie na generatie op aarde plaatsen.” Zij zeiden: “Zult U daar iemand plaatsen die misdaden pleegt en bloed laat vloeien – terwijl wij U verheerlijken, U prijzen en danken en U heilig maken.” Hij (Allah) zei: “Ik weet wat jullie niet weten.”
2:30
Vertaling: Dutch Islamic Center