Soera 29 Al-Ankaboet (De Spin), vers 37 – 40

  1. فَكَذَّبُوهُ فَأَخَذَتْهُمُ الرَّجْفَةُ فَأَصْبَحُوا فِي دَارِهِمْ جَاثِمِينَ

    En zij verloochenden hem dus greep een aardbeving hen en zij lagen dood, geknield in hun woningen.

    29:37
  2. وَعَادًا وَثَمُودَ وَقَدْ تَبَيَّنَ لَكُمْ مِنْ مَسَاكِنِهِمْ ۖ وَزَيَّنَ لَهُمُ الشَّيْطَانُ أَعْمَالَهُمْ فَصَدَّهُمْ عَنِ السَّبِيلِ وَكَانُوا مُسْتَبْصِرِينَ

    En het volk van ‘Ad en Thamoed! En voorwaar, (hun vernietiging) is een duidelijke verschijning voor jullie door hun huizen. Shaytaan maakte hun daden schoonschijnend voor hen en zij keerden zich van het (rechte) pad af, hoewel zij inzicht hadden (inzicht zonder overgaven aan Allah is waardeloos).

    29:38
  3. وَقَارُونَ وَفِرْعَوْنَ وَهَامَانَ ۖ وَلَقَدْ جَاءَهُمْ مُوسَىٰ بِالْبَيِّنَاتِ فَاسْتَكْبَرُوا فِي الْأَرْضِ وَمَا كَانُوا سَابِقِينَ

    En (Wij vernietigden ook) Karoen, Farao en Haman. En voorwaar, Moesa kwam tot hen met duidelijke tekenen maar zij waren hoogmoedig in het land, toch konden zij Ons niet ontwijken.

    29:39
  4. فَكُلًّا أَخَذْنَا بِذَنْبِهِ ۖ فَمِنْهُمْ مَنْ أَرْسَلْنَا عَلَيْهِ حَاصِبًا وَمِنْهُمْ مَنْ أَخَذَتْهُ الصَّيْحَةُ وَمِنْهُمْ مَنْ خَسَفْنَا بِهِ الْأَرْضَ وَمِنْهُمْ مَنْ أَغْرَقْنَا ۚ وَمَا كَانَ اللَّهُ لِيَظْلِمَهُمْ وَلَٰكِنْ كَانُوا أَنْفُسَهُمْ يَظْلِمُونَ

    Dus straften Wij ieder voor zijn zonden, onder hen waren sommigen aan wie Wij een krachtige wind met een regen van stenen stuurden en onder hen waren sommigen die door een verschrikkelijke schreeuw overmand werden, en onder hen waren sommigen die Wij door de aarde lieten opzwellen en onder hen waren sommigen die Wij verdronken. Het was Allah niet Die hen onrecht had aangedaan, maar zij hadden zichzelf onrecht aangedaan.

    29:40

Vertaling: Nederlands Islamitisch Centrum