Soera 29 Al-Ankaboet (De Spin), vers 28 – 32
-
وَلُوطًا إِذْ قَالَ لِقَوْمِهِ إِنَّكُمْ لَتَأْتُونَ الْفَاحِشَةَ مَا سَبَقَكُمْ بِهَا مِنْ أَحَدٍ مِنَ الْعَالَمِينَ
En (gedenk) Loet toen hij tegen zijn volk zei: “Pleeg geen gruweldaden waarin niemand van de werelden jullie daarin is voorafgegaan.
29:28 -
أَئِنَّكُمْ لَتَأْتُونَ الرِّجَالَ وَتَقْطَعُونَ السَّبِيلَ وَتَأْتُونَ فِي نَادِيكُمُ الْمُنْكَرَ ۖ فَمَا كَانَ جَوَابَ قَوْمِهِ إِلَّا أَنْ قَالُوا ائْتِنَا بِعَذَابِ اللَّهِ إِنْ كُنْتَ مِنَ الصَّادِقِينَ
Waarlijk jullie benaderen de mannen en versperren de wegen (beroven de reizigers)! En jullie plegen het verwerpelijke in jullie samenkomsten. Maar zijn volk gaf hem geen ander antwoord dan: “Breng Allah Zijn bestraffing over ons als je tot de waarachtige behoort.”
29:29 -
قَالَ رَبِّ انْصُرْنِي عَلَى الْقَوْمِ الْمُفْسِدِينَ
Hij zei: “Mijn Heer! Geef mij de overwinning over het volk dat uit verderfzaaiers bestaat."
29:30 -
وَلَمَّا جَاءَتْ رُسُلُنَا إِبْرَاهِيمَ بِالْبُشْرَىٰ قَالُوا إِنَّا مُهْلِكُو أَهْلِ هَٰذِهِ الْقَرْيَةِ ۖ إِنَّ أَهْلَهَا كَانُوا ظَالِمِينَ
En toen Onze Boodschappers (de engelen) met goed nieuws tot Ibraahiem kwamen, zeiden zij: “Waarlijk, wij gaan het volk van deze stad vernietigen, waarlijk haar inwoners zijn onrechtvaardig.”
29:31 -
قَالَ إِنَّ فِيهَا لُوطًا ۚ قَالُوا نَحْنُ أَعْلَمُ بِمَنْ فِيهَا ۖ لَنُنَجِّيَنَّهُ وَأَهْلَهُ إِلَّا امْرَأَتَهُ كَانَتْ مِنَ الْغَابِرِينَ
Ibraahiem zei: “Maar daar is Loet in.” Zij zeiden: “Wij weten beter wie daar is, en waarlijk, wij zullen hem en zijn familie redden – behalve zijn vrouw, zij zal tot degenen die achterblijven behoren.”
29:32
Vertaling: Nederlands Islamitisch Centrum