Soera 29 Al-Ankaboet (De Spin), vers 1 – 7

  1. الم

    Alif Laam Miem.

    29:1
  2. أَحَسِبَ النَّاسُ أَنْ يُتْرَكُوا أَنْ يَقُولُوا آمَنَّا وَهُمْ لَا يُفْتَنُونَ

    Denken de mensen dat zij met rust worden gelaten omdat zij zeggen: “Wij geloven,” en (vervolgens) niet beproefd zullen worden?

    29:2
  3. وَلَقَدْ فَتَنَّا الَّذِينَ مِنْ قَبْلِهِمْ ۖ فَلَيَعْلَمَنَّ اللَّهُ الَّذِينَ صَدَقُوا وَلَيَعْلَمَنَّ الْكَاذِبِينَ

    En voorzeker, Wij hebben degenen die hen zijn voorgegaan (ook) beproefd. Zeker, Allah zal degenen die waarachtig zijn (in hun geloof) tonen, maar (ook) de leugenaars.

    29:3
  4. أَمْ حَسِبَ الَّذِينَ يَعْمَلُونَ السَّيِّئَاتِ أَنْ يَسْبِقُونَا ۚ سَاءَ مَا يَحْكُمُونَ

    Of degenen die slechte daden verrichten en denken dat zij voorsprong hebben (zodat zij kunnen ontsnappen aan de bestraffing)? Slecht is dat wat zij beoordelen!

    29:4
  5. مَنْ كَانَ يَرْجُو لِقَاءَ اللَّهِ فَإِنَّ أَجَلَ اللَّهِ لَآتٍ ۚ وَهُوَ السَّمِيعُ الْعَلِيمُ

    En als een rampspoed de mensen raakt, dan roepen zij oprecht om alleen hun Heer, zich tot Hem in berouw kerend, maar als Hij hen Zijn genade laat proeven, zie! Een deel van hen kent deelgenoten in de aanbidding aan hun Heer toe.

    29:5
  6. وَمَنْ جَاهَدَ فَإِنَّمَا يُجَاهِدُ لِنَفْسِهِ ۚ إِنَّ اللَّهَ لَغَنِيٌّ عَنِ الْعَالَمِينَ

    En iedereen die strijdt, strijdt slechts voor zichzelf. Voorwaar, Allah is vrij van alle behoeften van de werelden.

    29:6
  7. وَالَّذِينَ آمَنُوا وَعَمِلُوا الصَّالِحَاتِ لَنُكَفِّرَنَّ عَنْهُمْ سَيِّئَاتِهِمْ وَلَنَجْزِيَنَّهُمْ أَحْسَنَ الَّذِي كَانُوا يَعْمَلُونَ

    Degenen die geloven en goede daden verrichten, zeker, Wij zullen van hen hun kwade daden kwijtschelden en zullen hen belonen volgens het beste wat zij plachten te doen.

    29:7

Vertaling: Nederlands Islamitisch Centrum