Soera 27 An-Naml (De Mieren), vers 54 – 58

  1. وَلُوطًا إِذْ قَالَ لِقَوْمِهِ أَتَأْتُونَ الْفَاحِشَةَ وَأَنْتُمْ تُبْصِرُونَ

    (Denk terug aan) Loet die tegen zijn volk zei: “Plegen jullie gruwelijkheden, terwijl jullie het zien.

    27:54
  2. أَئِنَّكُمْ لَتَأْتُونَ الرِّجَالَ شَهْوَةً مِنْ دُونِ النِّسَاءِ ۚ بَلْ أَنْتُمْ قَوْمٌ تَجْهَلُونَ

    Benaderen jullie met jullie lusten liever mannen dan vrouwen? Voorwaar, zwaar zijn de consequenties van jullie (gruwel)daden.”

    27:55
  3. فَمَا كَانَ جَوَابَ قَوْمِهِ إِلَّا أَنْ قَالُوا أَخْرِجُوا آلَ لُوطٍ مِنْ قَرْيَتِكُمْ ۖ إِنَّهُمْ أُنَاسٌ يَتَطَهَّرُونَ

    Er werd hem door zijn volk enkel het volgende als antwoord gegeven: “Verjaag de familie van Loet uit jullie stad. Want waarlijk, het zijn mensen die zich reinigen en zuiver wensen te zijn.”

    27:56
  4. فَأَنْجَيْنَاهُ وَأَهْلَهُ إِلَّا امْرَأَتَهُ قَدَّرْنَاهَا مِنَ الْغَابِرِينَ

    Dus redden Wij hem en zijn familie behalve zijn vrouw. Wij bepaalden dat zij één van degenen moest zijn die achterbleven.

    27:57
  5. وَأَمْطَرْنَا عَلَيْهِمْ مَطَرًا ۖ فَسَاءَ مَطَرُ الْمُنْذَرِينَ

    En Wij lieten een regen op hen vallen. Slecht was die regen dus voor degenen die gewaarschuwd waren.

    27:58

Vertaling: Nederlands Islamitisch Centrum