Soera 26 Asj-Sjoaraa (De Dichters), vers 12 – 13
-
قَالَ رَبِّ إِنِّي أَخَافُ أَنْ يُكَذِّبُونِ
Hij zei: “Mijn Heer! Waarlijk, ik vrees dat zij mij zullen verloochenen,
26:12 -
وَيَضِيقُ صَدْرِي وَلَا يَنْطَلِقُ لِسَانِي فَأَرْسِلْ إِلَىٰ هَارُونَ
En dat mijn borst beklemd raakt en dat mijn tong zich niet goed uit. Laat Haaroen dus komen (hier zien we het belang van een persoon die steun geeft in het geloof, zeer belangrijk voor elke moslim).
26:13
Vertaling: Nederlands Islamitisch Centrum