Soera 21 Al-Anbijaa (De Profeten), vers 89 – 90

  1. وَزَكَرِيَّا إِذْ نَادَىٰ رَبَّهُ رَبِّ لَا تَذَرْنِي فَرْدًا وَأَنْتَ خَيْرُ الْوَارِثِينَ

    En (gedenk) Zakariyyaa toen hij tot zijn Heer riep: “O Mijn Heer! Laat mij niet eenzaam achter hoewel U de beste van de Erfgenamen bent.”

    21:89
  2. فَاسْتَجَبْنَا لَهُ وَوَهَبْنَا لَهُ يَحْيَىٰ وَأَصْلَحْنَا لَهُ زَوْجَهُ ۚ إِنَّهُمْ كَانُوا يُسَارِعُونَ فِي الْخَيْرَاتِ وَيَدْعُونَنَا رَغَبًا وَرَهَبًا ۖ وَكَانُوا لَنَا خَاشِعِينَ

    Dus beantwoordden Wij zijn roep en Wij gaven hem Yahya en genazen zijn vrouw voor hem. Waarlijk, zij haastten zich om het goede te doen en zij riepen Ons hoopvol en vol vrees aan en zij stelde zichzelf nederig op tegenover Ons.

    21:90

Vertaling: Nederlands Islamitisch Centrum