Soera 21 Al-Anbijaa (De Profeten), vers 76 – 77

  1. وَنُوحًا إِذْ نَادَىٰ مِنْ قَبْلُ فَاسْتَجَبْنَا لَهُ فَنَجَّيْنَاهُ وَأَهْلَهُ مِنَ الْكَرْبِ الْعَظِيمِ

    En (gedenk) Noeh toen hij ons voorheen aanriep. Wij verhoorden zijn aanroeping en redden hem en zijn familie van een grote ramp.

    21:76
  2. وَنَصَرْنَاهُ مِنَ الْقَوْمِ الَّذِينَ كَذَّبُوا بِآيَاتِنَا ۚ إِنَّهُمْ كَانُوا قَوْمَ سَوْءٍ فَأَغْرَقْنَاهُمْ أَجْمَعِينَ

    Wij hielpen hem tegen een volk dat Onze tekenen ontkende. Waarlijk, zij waren een volk dat aan het kwaad was gegeven. Dus verdronken Wij hen allen.

    21:77

Vertaling: Nederlands Islamitisch Centrum