Soera 21 Al-Anbijaa (De Profeten), vers 5 – 6

  1. بَلْ قَالُوا أَضْغَاثُ أَحْلَامٍ بَلِ افْتَرَاهُ بَلْ هُوَ شَاعِرٌ فَلْيَأْتِنَا بِآيَةٍ كَمَا أُرْسِلَ الْأَوَّلُونَ

    Nee, zij zeggen: “Dit zijn vermengde valse dromen! Nee hij heeft het verzonnen! Nee, hij is een dichter! Laat hem dan een teken geven zoals aan degenen vóór hen was gestuurd!”

    21:5
  2. مَا آمَنَتْ قَبْلَهُمْ مِنْ قَرْيَةٍ أَهْلَكْنَاهَا ۖ أَفَهُمْ يُؤْمِنُونَ

    Niet één van de steden van degenen die Wij vernietigd hebben, geloofden vóór hen, zullen zij dan geloven?

    21:6

Vertaling: Nederlands Islamitisch Centrum