Soera 20 Taa Haa, vers 115 – 124
-
وَلَقَدْ عَهِدْنَا إِلَىٰ آدَمَ مِنْ قَبْلُ فَنَسِيَ وَلَمْ نَجِدْ لَهُ عَزْمًا
En voorwaar, Wij sloten een verbond met Adam (betreffende de ‘verboden boom’ alvórens hij ervan at), maar hij vergat (Ons wederzijds verbond) en bemerkten Wij van zijn zijde geen vastberadenheid (en geduld in het naleven van Ons gebod).
20:115 -
وَإِذْ قُلْنَا لِلْمَلَائِكَةِ اسْجُدُوا لِآدَمَ فَسَجَدُوا إِلَّا إِبْلِيسَ أَبَىٰ
En (gedenk) toen Wij tegen de engelen zeiden: “Kniel neer voor Adam.” Zij knielden (allen) neer behalve Iblies, die weigerde.
20:116 -
فَقُلْنَا يَا آدَمُ إِنَّ هَٰذَا عَدُوٌّ لَكَ وَلِزَوْجِكَ فَلَا يُخْرِجَنَّكُمَا مِنَ الْجَنَّةِ فَتَشْقَىٰ
Toen zeiden Wij: “O Adam! Waarlijk, dit is een vijand voor jou en je vrouw. Laat hem niet jullie beiden uit het paradijs verjagen, zodat jullie aan de ellende overgeleverd zijn.
20:117 -
إِنَّ لَكَ أَلَّا تَجُوعَ فِيهَا وَلَا تَعْرَىٰ
Waarlijk, jullie hebben (een belofte van Ons) dat je nooit honger zult hebben noch naakt zal zijn.
20:118 -
وَأَنَّكَ لَا تَظْمَأُ فِيهَا وَلَا تَضْحَىٰ
En jullie (zullen) daar niet aan dorst lijden noch van de hitte van de zon.”
20:119 -
فَوَسْوَسَ إِلَيْهِ الشَّيْطَانُ قَالَ يَا آدَمُ هَلْ أَدُلُّكَ عَلَىٰ شَجَرَةِ الْخُلْدِ وَمُلْكٍ لَا يَبْلَىٰ
Daarop fluisterde Shaytaan hem in (het oor): “O Adam! Zal ik je naar de ‘boom van het eeuwige leven’ leiden, en naar een koninkrijk dat nooit zal vergaan?”
20:120 -
فَأَكَلَا مِنْهَا فَبَدَتْ لَهُمَا سَوْآتُهُمَا وَطَفِقَا يَخْصِفَانِ عَلَيْهِمَا مِنْ وَرَقِ الْجَنَّةِ ۚ وَعَصَىٰ آدَمُ رَبَّهُ فَغَوَىٰ
Toen aten zij beiden van de boom en dus verschenen hun geslachtsdelen voor hen, en zij begonnen zichzelf met de bladeren van het paradijs te bekleden voor hun bedekking. Dus was Adam ongehoorzaam aan zijn Heer, en zo dwaalde hij.
20:121 -
ثُمَّ اجْتَبَاهُ رَبُّهُ فَتَابَ عَلَيْهِ وَهَدَىٰ
Toen koos zijn Heer hem uit en keerde zich in vergeving tot hem en gaf hem leiding.
20:122 -
قَالَ اهْبِطَا مِنْهَا جَمِيعًا ۖ بَعْضُكُمْ لِبَعْضٍ عَدُوٌّ ۖ فَإِمَّا يَأْتِيَنَّكُمْ مِنِّي هُدًى فَمَنِ اتَّبَعَ هُدَايَ فَلَا يَضِلُّ وَلَا يَشْقَىٰ
(Allah) zei: “Daal af jullie twee samen, sommigen van jullie zijn een vijand voor de anderen. Dan als er leiding van Mij komt, iedereen die Mijn leiding volgt zal niet dwalen noch zal hij aan de ellende overgeleverd zijn.
20:123 -
وَمَنْ أَعْرَضَ عَنْ ذِكْرِي فَإِنَّ لَهُ مَعِيشَةً ضَنْكًا وَنَحْشُرُهُ يَوْمَ الْقِيَامَةِ أَعْمَىٰ
Maar iedereen die zich afwendt (door geen berouw te tonen) van het gedenken van mij (geen band onderhouden met Allah) – waarlijk, voor hem (heb Ik) een benauwd leven in petto, en Wij zullen hen op de Dag der Opstanding blind laten verrijzen (omdat zijn hart ook blind was).”
20:124
Vertaling: Nederlands Islamitisch Centrum