Soera 20 Taa Haa, vers 11 – 15

  1. فَلَمَّا أَتَاهَا نُودِيَ يَا مُوسَىٰ

    En toen kwam hij tot het, hij werd bij zijn naam geroepen: “O Moesa!"

    20:11
  2. إِنِّي أَنَا رَبُّكَ فَاخْلَعْ نَعْلَيْكَ ۖ إِنَّكَ بِالْوَادِ الْمُقَدَّسِ طُوًى

    Waarlijk! Ik ben jouw Heer! Doe je schoenen uit, je bent in het heilige dal ‘Toewa’.

    20:12
  3. وَأَنَا اخْتَرْتُكَ فَاسْتَمِعْ لِمَا يُوحَىٰ

    En Ik heb jou uitverkoren. Luister dus naar datgene wat ik aan je geopenbaard heb.

    20:13
  4. إِنَّنِي أَنَا اللَّهُ لَا إِلَٰهَ إِلَّا أَنَا فَاعْبُدْنِي وَأَقِمِ الصَّلَاةَ لِذِكْرِي

    Waarlijk! Ik ben Allah. Geen heeft het recht om aanbeden te worden behalve Ik, aanbid Mij dus en verricht de gebeden om mij te gedenken.

    20:14
  5. إِنَّ السَّاعَةَ آتِيَةٌ أَكَادُ أُخْفِيهَا لِتُجْزَىٰ كُلُّ نَفْسٍ بِمَا تَسْعَىٰ

    Waarlijk, het Uur zal komen dat ik verborgen houd, zodat ieder persoon beloond zal worden voor datgene waarna hij streeft.

    20:15

Vertaling: Nederlands Islamitisch Centrum