Soera 20 Taa Haa, vers 1 – 8
-
طه
Ta, Ha.
20:1 -
مَا أَنْزَلْنَا عَلَيْكَ الْقُرْآنَ لِتَشْقَىٰ
(O Mohammed), Wij hebben de Koran in geen geval naar jou neergezonden om jouw te vermoeien.
20:2 -
إِلَّا تَذْكِرَةً لِمَنْ يَخْشَىٰ
Maar slechts als een vermaning voor degenen die (Allah) vrezen.
20:3 -
تَنْزِيلًا مِمَّنْ خَلَقَ الْأَرْضَ وَالسَّمَاوَاتِ الْعُلَى
Een openbaring van Hem Die de aarde en de hoge hemelen heeft geschapen.
20:4 -
الرَّحْمَٰنُ عَلَى الْعَرْشِ اسْتَوَىٰ
De meest Barmhartige (Allah) verheven over de Troon (Allah is verheven boven de troon op de manier dat bij Zijn perfectie past, zonder het te verdraaien of er een hoedanigheid aan te geven, of te vergelijken of te ontkennen).
20:5 -
لَهُ مَا فِي السَّمَاوَاتِ وَمَا فِي الْأَرْضِ وَمَا بَيْنَهُمَا وَمَا تَحْتَ الثَّرَىٰ
Aan Hem behoort alles wat in de hemelen is en wat op aarde is en alles daartussen, en alles wat onder de grond is.
20:6 -
وَإِنْ تَجْهَرْ بِالْقَوْلِ فَإِنَّهُ يَعْلَمُ السِّرَّ وَأَخْفَى
En als jij luid uitspreekt, dan waarlijk, Hij kent het geheim en dat wat nog meer verborgen is.
20:7 -
اللَّهُ لَا إِلَٰهَ إِلَّا هُوَ ۖ لَهُ الْأَسْمَاءُ الْحُسْنَىٰ
Allah! Geen heeft het recht om aanbeden te worden behalve Hij! Hem behoren de mooiste Namen toe.
20:8
Vertaling: Nederlands Islamitisch Centrum