Soera 18 al-Kahf (De Grot), vers 16 – 26
-
وَإِذِ اعْتَزَلْتُمُوهُمْ وَمَا يَعْبُدُونَ إِلَّا اللَّهَ فَأْوُوا إِلَى الْكَهْفِ يَنْشُرْ لَكُمْ رَبُّكُمْ مِنْ رَحْمَتِهِ وَيُهَيِّئْ لَكُمْ مِنْ أَمْرِكُمْ مِرْفَقًا
“En als jullie je van hen terugtrekken en van dat wat zij aanbidden naast Allah, en jullie vervolgens naar de grot vluchten, dan zal jullie Heer jullie van Zijn genade schenken jullie zaak voor jullie gemakkelijk maken.”
18:16 -
وَتَرَى الشَّمْسَ إِذَا طَلَعَتْ تَزَاوَرُ عَنْ كَهْفِهِمْ ذَاتَ الْيَمِينِ وَإِذَا غَرَبَتْ تَقْرِضُهُمْ ذَاتَ الشِّمَالِ وَهُمْ فِي فَجْوَةٍ مِنْهُ ۚ ذَٰلِكَ مِنْ آيَاتِ اللَّهِ ۗ مَنْ يَهْدِ اللَّهُ فَهُوَ الْمُهْتَدِ ۖ وَمَنْ يُضْلِلْ فَلَنْ تَجِدَ لَهُ وَلِيًّا مُرْشِدًا
En wellicht heb je de zon gezien, toen die opkwam rechts van de Grot verwijderend en als zij ondergaat, keert zij zich af van hen naar de linkerkant, terwijl zij zich aan de binnenkant van de Grot lagen. Dat is (één) van de tekenen van Allah. Degene die Allah leidt, is rechtgeleid maar degene die Hij laat dwalen – voor hem vinden jullie geen gids om hem (op het rechte pad) te leiden.
18:17 -
وَتَحْسَبُهُمْ أَيْقَاظًا وَهُمْ رُقُودٌ ۚ وَنُقَلِّبُهُمْ ذَاتَ الْيَمِينِ وَذَاتَ الشِّمَالِ ۖ وَكَلْبُهُمْ بَاسِطٌ ذِرَاعَيْهِ بِالْوَصِيدِ ۚ لَوِ اطَّلَعْتَ عَلَيْهِمْ لَوَلَّيْتَ مِنْهُمْ فِرَارًا وَلَمُلِئْتَ مِنْهُمْ رُعْبًا
En (als je hen had gezien) dan zou je hebben gedacht dat zij wakker waren, maar (in werkelijkheid) sliepen zij (met hun ogen wijd geopend). En Wij draaiden hen op hun rechterkant en (dan weer) op hun linkerkant (om decubitus tegen te gaan), en hun (jacht)hond (die hen had vergezeld, lag daar op de binnenplaats van de grot) met gestrekte voorpoten in (de richting van) de ingang. Als je hen had zien liggen (met hun wijd gesperde ogen), dan was je in volle angst van hen weggevlucht, en (bovendien) zou je (hart zich) voor hen zeker met een gevoel van angst (hebben gevuld).
18:18 -
وَكَذَٰلِكَ بَعَثْنَاهُمْ لِيَتَسَاءَلُوا بَيْنَهُمْ ۚ قَالَ قَائِلٌ مِنْهُمْ كَمْ لَبِثْتُمْ ۖ قَالُوا لَبِثْنَا يَوْمًا أَوْ بَعْضَ يَوْمٍ ۚ قَالُوا رَبُّكُمْ أَعْلَمُ بِمَا لَبِثْتُمْ فَابْعَثُوا أَحَدَكُمْ بِوَرِقِكُمْ هَٰذِهِ إِلَى الْمَدِينَةِ فَلْيَنْظُرْ أَيُّهَا أَزْكَىٰ طَعَامًا فَلْيَأْتِكُمْ بِرِزْقٍ مِنْهُ وَلْيَتَلَطَّفْ وَلَا يُشْعِرَنَّ بِكُمْ أَحَدًا
Dus deden Wij hen ontwaken zodat zij elkaar konden ondervragen. Een spreker van hen zei: “Hoe lang zijn jullie (hier) geweest? ” Zij zeiden: “Wij zijn hier misschien een dag geweest of een deel van een dag.” Zij zeiden: “(Alleen) jullie Heer weet het beste hoe lang jullie hier geweest zijn. Stuur dus één van jullie met een zilveren munt van jullie naar de stad en laat hem zoeken wat wettig goed voedsel is en daarvan wat naar jullie brengen. En laat hem voorzichtig zijn en laat niemand weet van jullie hebben.
18:19 -
إِنَّهُمْ إِنْ يَظْهَرُوا عَلَيْكُمْ يَرْجُمُوكُمْ أَوْ يُعِيدُوكُمْ فِي مِلَّتِهِمْ وَلَنْ تُفْلِحُوا إِذًا أَبَدًا
Want als zij er achter komen wie jullie zijn, zullen zij jullie stenigen of jullie wenden je opnieuw tot hun godsdienst en op die manier zullen jullie nooit slagen."
18:20 -
وَكَذَٰلِكَ أَعْثَرْنَا عَلَيْهِمْ لِيَعْلَمُوا أَنَّ وَعْدَ اللَّهِ حَقٌّ وَأَنَّ السَّاعَةَ لَا رَيْبَ فِيهَا إِذْ يَتَنَازَعُونَ بَيْنَهُمْ أَمْرَهُمْ ۖ فَقَالُوا ابْنُوا عَلَيْهِمْ بُنْيَانًا ۖ رَبُّهُمْ أَعْلَمُ بِهِمْ ۚ قَالَ الَّذِينَ غَلَبُوا عَلَىٰ أَمْرِهِمْ لَنَتَّخِذَنَّ عَلَيْهِمْ مَسْجِدًا
En dus maakten Wij hun geval aan de mensen bekend, zodat zij weten dat de belofte van Allah waar is en dat er geen twijfel over het Uur kan bestaan. (Gedenk) wanneer zij onder elkander redetwisten over het geval, zij zeiden: “Zet een gebouw over hen, hun Heer weet het, het beste over hen (toen) zeiden degenen die de bovenhand hadden: “Wij zullen zeker een plaats van aanbidding over hen heen bouwen (hierom wordt een graf niet in een moskee geplaatst)."
18:21 -
سَيَقُولُونَ ثَلَاثَةٌ رَابِعُهُمْ كَلْبُهُمْ وَيَقُولُونَ خَمْسَةٌ سَادِسُهُمْ كَلْبُهُمْ رَجْمًا بِالْغَيْبِ ۖ وَيَقُولُونَ سَبْعَةٌ وَثَامِنُهُمْ كَلْبُهُمْ ۚ قُلْ رَبِّي أَعْلَمُ بِعِدَّتِهِمْ مَا يَعْلَمُهُمْ إِلَّا قَلِيلٌ ۗ فَلَا تُمَارِ فِيهِمْ إِلَّا مِرَاءً ظَاهِرًا وَلَا تَسْتَفْتِ فِيهِمْ مِنْهُمْ أَحَدًا
(Sommigen) zeiden dat het er drie waren, de hond onder hen was de vierde; (anderen) zeiden dat het er vijf waren en de hond de zesde – gissend naar het onwaarneembare; (en weer anderen) zeiden dat het er zeven waren en de hond de achtste. Zeg: “Mijn Heer kent het aantal het beste; niemand behalve slechts een paar weet over hen.” Debateer dus niet behalve met duidelijke bewijzen. En raadpleeg geen van hen over de mensen van de Grot.
18:22 -
وَلَا تَقُولَنَّ لِشَيْءٍ إِنِّي فَاعِلٌ ذَٰلِكَ غَدًا
En zeg nooit ergens van: “Ik zal zoiets morgen doen.”
18:23 -
إِلَّا أَنْ يَشَاءَ اللَّهُ ۚ وَاذْكُرْ رَبَّكَ إِذَا نَسِيتَ وَقُلْ عَسَىٰ أَنْ يَهْدِيَنِ رَبِّي لِأَقْرَبَ مِنْ هَٰذَا رَشَدًا
Behalve (met de uitspraak): “Als Allah het wil! En gedenk jullie Heer wanneer jullie (het zijn) vergeten (maar het jullie weer te binnen schiet): “Het kan zo zijn dat mijn Heer mij leidt naar een weg met meer succes dan dit."
18:24 -
وَلَبِثُوا فِي كَهْفِهِمْ ثَلَاثَ مِائَةٍ سِنِينَ وَازْدَادُوا تِسْعًا
En zij verbleven driehonderd jaar in hun Grot en voeg daar nog negen jaar aan toe.
18:25 -
قُلِ اللَّهُ أَعْلَمُ بِمَا لَبِثُوا ۖ لَهُ غَيْبُ السَّمَاوَاتِ وَالْأَرْضِ ۖ أَبْصِرْ بِهِ وَأَسْمِعْ ۚ مَا لَهُمْ مِنْ دُونِهِ مِنْ وَلِيٍّ وَلَا يُشْرِكُ فِي حُكْمِهِ أَحَدًا
Zeg: “Allah weet het beste hoe lang zij daar verbleven. Bij Hem is (de kennis van) het onwaarneembare van de hemelen en de aarde. Er is geen betere ziende en horende dan Allah (alles)! Zij hebben geen helper anders dan Hem en Hij laat niemand delen in het maken van Zijn besluiten en Zijn regels.”
18:26
Vertaling: Nederlands Islamitisch Centrum