Soera 17 al-Israa (De Nachtelijke Reis), vers 101 – 102
-
وَلَقَدْ آتَيْنَا مُوسَىٰ تِسْعَ آيَاتٍ بَيِّنَاتٍ ۖ فَاسْأَلْ بَنِي إِسْرَائِيلَ إِذْ جَاءَهُمْ فَقَالَ لَهُ فِرْعَوْنُ إِنِّي لَأَظُنُّكَ يَا مُوسَىٰ مَسْحُورًا
En voorwaar Wij gaven Moesa negen duidelijke tekenen. Vraag dan de Kinderen van Israël toen hij tot hen kwam, en de Farao tegen hem zei: “O Moesa! Ik denk inderdaad dat jij betoverd bent.”
17:101 -
قَالَ لَقَدْ عَلِمْتَ مَا أَنْزَلَ هَٰؤُلَاءِ إِلَّا رَبُّ السَّمَاوَاتِ وَالْأَرْضِ بَصَائِرَ وَإِنِّي لَأَظُنُّكَ يَا فِرْعَوْنُ مَثْبُورًا
(Moesa) zei: “Waarlijk jij weet dat deze tekenen door niemand anders dan door de Heer van de hemelen en de aarde als duidelijk naar beneden zijn gestuurd. En ik denk zeker O Farao dat jij tot de vernietiging gedoemd bent!”
17:102
Vertaling: Nederlands Islamitisch Centrum