Soera 11 Hoed, vers 69 – 71
-
وَلَقَدْ جَاءَتْ رُسُلُنَا إِبْرَاهِيمَ بِالْبُشْرَىٰ قَالُوا سَلَامًا ۖ قَالَ سَلَامٌ ۖ فَمَا لَبِثَ أَنْ جَاءَ بِعِجْلٍ حَنِيذٍ
En waarlijk, Onze Boodschappers (de engelen die kwamen met een straf) kwamen naar Ibraahiem met goed nieuws. Zij zeiden: “Gegroet en vrede!” Hij antwoordde: “Gegroet en vrede” en hij haastte zich om hen te voorzien van een geroosterd kalf.
11:69 -
فَلَمَّا رَأَىٰ أَيْدِيَهُمْ لَا تَصِلُ إِلَيْهِ نَكِرَهُمْ وَأَوْجَسَ مِنْهُمْ خِيفَةً ۚ قَالُوا لَا تَخَفْ إِنَّا أُرْسِلْنَا إِلَىٰ قَوْمِ لُوطٍ
Maar toen hij zag dat hun handen niet naar het (maal) reikten, werd hij wat argwanend en werd bang voor hen. Zij zeiden: “Heb geen angst, wij zijn naar het volk van Loet gestuurd.”
11:70 -
وَامْرَأَتُهُ قَائِمَةٌ فَضَحِكَتْ فَبَشَّرْنَاهَا بِإِسْحَاقَ وَمِنْ وَرَاءِ إِسْحَاقَ يَعْقُوبَ
En zijn vrouw stond (daar) en zij lachte. En Wij gaven haar het goede bericht van de geboorte van Isaac en na hem van Yacoeb.
11:71
Vertaling: Nederlands Islamitisch Centrum