Soera 10 Joenoes (Jonas), vers 71 – 73

  1. وَاتْلُ عَلَيْهِمْ نَبَأَ نُوحٍ إِذْ قَالَ لِقَوْمِهِ يَا قَوْمِ إِنْ كَانَ كَبُرَ عَلَيْكُمْ مَقَامِي وَتَذْكِيرِي بِآيَاتِ اللَّهِ فَعَلَى اللَّهِ تَوَكَّلْتُ فَأَجْمِعُوا أَمْرَكُمْ وَشُرَكَاءَكُمْ ثُمَّ لَا يَكُنْ أَمْرُكُمْ عَلَيْكُمْ غُمَّةً ثُمَّ اقْضُوا إِلَيَّ وَلَا تُنْظِرُونِ

    En reciteer voor hen het nieuws van Noeh, toen hij tot zijn volk zei:” O mijn volk, als mijn verblijf en mijn herinnering van de tekenen van Allah moeilijk voor jullie is, dan leg ik mijn vertrouwen in Allah. En jullie je plannen beraadslagen, jullie en jullie deelgenoten, en laat jullie plan niet een twijfel voor jullie zijn. Geef mij dan mijn straf en geef mij geen uitstel.

    10:71
  2. فَإِنْ تَوَلَّيْتُمْ فَمَا سَأَلْتُكُمْ مِنْ أَجْرٍ ۖ إِنْ أَجْرِيَ إِلَّا عَلَى اللَّهِ ۖ وَأُمِرْتُ أَنْ أَكُونَ مِنَ الْمُسْلِمِينَ

    Maar als jullie je afkeren dan vraag ik van jullie geen beloning, mijn beloning is slechts van Allah, en mij is bevolen om één van de moslims te zijn.”

    10:72
  3. فَكَذَّبُوهُ فَنَجَّيْنَاهُ وَمَنْ مَعَهُ فِي الْفُلْكِ وَجَعَلْنَاهُمْ خَلَائِفَ وَأَغْرَقْنَا الَّذِينَ كَذَّبُوا بِآيَاتِنَا ۖ فَانْظُرْ كَيْفَ كَانَ عَاقِبَةُ الْمُنْذَرِينَ

    Zij verloochenden hem, maar Wij leverden hem en degenen met hem met een schip af, en lieten generaties elkaar opvolgen, terwijl Wij degenen die Onze tekenen ontkenden, verdronken. Zie dan wat het einde was van degenen die gewaarschuwd waren.

    10:73

Vertaling: Nederlands Islamitisch Centrum